Zaterdagmiddag 9 mei was het raak aan de Klokkenlaan: lintje, scharen, zonnetje erbij en vooral veel zin om te biljarten. Vier clubjes uit het dorp zijn samengesmolten tot LBC26 en hebben nu eindelijk een vaste stek met drie tafels. Voorzitter Theodor van Leeuwen straalde: “Je ziet hier een trotse voorzitter staan, van een flinke groep trotse biljarters.”

Door en foto's door Jacques Bertens/Loonsfotowerk

Een opening met gasten, grappen en een botte schaar

Van de bond tot de leverancier: iedereen kwam even kijken hoe Loon op Zand een nieuwe biljartclub uit de grond stampt. Theodor heette de speciale gasten welkom, van bondsman Ad van Mol tot Eureka-directeur Harry Matthijssen. De burgemeester moest helaas afhaken wegens ziekte, maar de toon was gezet: dit was geen stijve bedoening, eerder een gezellige clubmiddag met een officieel randje.

Je merkte het meteen: dit was zo’n middag waarop mensen elkaar blijven aanspreken. Even kijken naar de tafels, een rondje door de ruimte, hier en daar iemand die alvast ‘droog’ een keu vasthoudt. En ja, er werd ook gelachen om praktische dingen. Want een officiële opening is mooi, maar als de schaar niet meteen meewerkt, is dat óók gewoon onderdeel van het dorpsleven.

De nieuwe thuisbasis aan de Klokkenlaan: gevonden met één belletje

Het mooiste verhaal ging rond als een goeie anekdote aan de bar: de club vond de locatie door… gewoon te bellen. “Daar staat een telefoonnummer op het raam, een 06-nummer. Dat heb ik gewoon gebeld”, vertelde Theodor. Geen ingewikkelde makelaarstaal, geen maandenlange vergaderingen, gewoon doen. Tien minuten later stond eigenaar Kees Vermeer erbij en nog vóór iedereen boven was, voelde het al goed. Theodor: halverwege de trap was het eigenlijk al duidelijk dat dit ’m ging worden. Ruimte genoeg voor meerdere tafels, plek om te zitten, en vooral: een eigen stek waar je niet telkens hoeft te schuiven omdat er weer een zaal vol eters binnenloopt.

Die drie tafels zijn niet alleen ‘luxe’. Het betekent dat er tegelijkertijd competitie gespeeld kan worden, dat beginners rustig kunnen oefenen zonder dat ze iemand in de weg zitten, én dat er ruimte is voor een clinic of simultaan. Voor een club die wil groeien is dat goud waard: je kunt mensen binnenlaten, iets leren en meteen laten ervaren hoe gezellig zo’n middag eigenlijk is.

Waarom een nieuwe club? Omdat het tijd werd

Volgens de voorzitter was de behoefte glashelder: de bestaande clubs hadden te maken met minder leden, te weinig speelmogelijkheden en vooral gedoe met locaties. “De vier clubs stond het water letterlijk aan de lippen”, zei hij. Door samen verder te gaan, ontstond één club met toekomst: LBC26 (Loonsche Biljart Combinatie, met het oprichtingsjaar er meteen achteraan).

Dat samenvoegen was niet van de ene op de andere dag geregeld. Elk clubje had z’n eigen gewoontes, vaste speelavond en ‘vaste’ tafel in een café of zaal. Maar precies daar zat de pijn: locaties werden duurder, ruimtes kregen een andere bestemming en het werd steeds lastiger om iedereen aan het spelen te krijgen. Met één grotere club kun je makkelijker plannen, competities organiseren en nieuwe mensen opvangen. En dat '26' achter de naam? Dat is meteen een knipoog naar het nieuwe begin: oprichtingsjaar 2026, zodat niemand hoeft te vragen hoe lang de club bestaat, je ziet het direct.

'Het water stond aan de lippen' klinkt dramatisch, maar in veel dorpen herkenbaar: als een biljart verdwijnt, verdwijnt ook een vaste ontmoetingsplek. Daarom voelde deze opening voor veel aanwezigen als opluchting. Eindelijk weer een plek waar je niet alleen ‘mag’ biljarten, maar waar het ook écht kan. Structureel, zonder gedoe, met ruimte om te groeien.

Meer dan een potje: ontmoeting, senioren en jeugd

LBC26 wil nadrukkelijk meer zijn dan alleen ‘ballen maken’. De club mikt op gezelligheid voor wie overdag tijd heeft én op nieuwe aanwas. Ad van Mol (district Kempenland, Bondsraad KNBB) zei het heel direct: “Kom uit die vereenzaming.” En dat kan hier makkelijk, omdat leden met een sleutel gewoon binnen kunnen lopen. Geen ‘alleen op dinsdagavond’ of ‘alleen als de zaal vrij is’, maar wanneer jij zin hebt. Theodor wil die lijn doorzetten met speciale middagen voor mensen die anders weinig de deur uitkomen: gratis koffie, een praatje, en desnoods wat les om op gang te komen. Geen prestatiedruk, eerder een warm welkom: eerst even landen, dan pas een stoot.

En ja, de club droomt ook van jeugd aan tafel. Niet omdat iedereen meteen driebanden moet leren, maar omdat een spelletje met keu en ballen verrassend verslavend kan zijn. Het is tactiek, gevoel, een beetje wiskunde en vooral: samen lachen om die ene bal die nét niet wil. Met drie tafels is er ruimte om jongeren en beginners apart te laten oefenen. De boodschap is duidelijk: je hoeft geen ‘biljartman’ te zijn om binnen te lopen, je hoeft alleen nieuwsgierig te zijn.

Volgens Van Mol is het oprichten van zo’n plek tegenwoordig juist bijzonder, omdat het omgekeerde vaker gebeurt. “Het is geen lopende band”, zei hij. “Wat wel een beetje lopende band wordt, is dat locaties dicht gaan.” Cafés verdwijnen of worden eetcafés en dan is er simpelweg geen ruimte meer voor een biljart. Soms is het niet eens onwil, maar pure rekensom: een biljart neemt plek in die ook vier tafeltjes of een extra hoek met stoelen kan zijn. Daarom is de bond blij met clubs die samen een eigen honk bouwen met meerdere tafels. Want dan kun je plannen, opleiden en doorgeven. En precies dat ‘doorgeven’ is waar het biljartleven in een dorp op draait.

Ledengroei? Die gaat hard

De club begon met zo’n 50 leden en zat bij de opening al rond de 64, met zelfs nog een wachtlijst. Het helpt dat de drempel laag is. Nieuw lid Jan van Gompel junior verwoordde het zo: “Het feit dat je in en uit kunt lopen op het moment dat jou het beste uitkomt. En weinig verplichtingen.” En Jan van Wel (77) was net zo enthousiast over de ‘sleutel-formule’: “Ik kan hier te alle tijden binnenlopen en een praatje maken of je gaat aan het biljarten. Mooier kun je het niet krijgen.”

Wat opvalt: het zijn niet alleen ‘oude rotten’ die overstappen. Juist mensen die al jaren dachten 'ooit ga ik dat nog eens doen' melden zich nu. Omdat het laagdrempelig is, maar ook omdat er altijd wel iemand aanwezig is om even mee te kijken. En die sleutel? Die maakt het verschil tussen plannen en gewoon gaan. Zoals Jan van Wel het zei: “Ik kan hier te alle tijden binnenlopen.” Dat geeft vrijheid, en vrijheid zorgt ervoor dat mensen blijven komen.

De ‘sleutel-formule’: spelen wanneer jij wilt

Het klinkt simpel, maar het is precies wat veel clubs missen: toegang. LBC26 werkt met leden die een sleutel hebben, zodat je niet afhankelijk bent van bardiensten of openingstijden van een café. Even na het eten een uurtje stoten? Of juist ’s middags een paar partijen spelen en daarna bijkletsen? Het kan allemaal. Voor Jan van Gompel junior is dat het grote pluspunt: “In en uit kunnen lopen op het moment dat jou het beste uitkomt.” En doordat er 'weinig verplichtingen' zijn, voelt het voor nieuwe leden niet meteen alsof ze in een heel strak schema belanden.

De kampioen kwam meespelen: drie tafels tegelijk

Alsof de opening nog niet feestelijk genoeg was, kwam nationaal kampioen driebanden Jean van Erp langs voor een simultaan. Hij begon al jong: “Mijn ouders hadden vroeger een café en zo ben ik op zevenjarige leeftijd begonnen met biljarten.” Nu is hij 52 en nog lang niet klaar: “Ik ben nooit uitgeleerd met dit spelletje.” Waarom hij juist hier was? Simpel: “Mijn sponsor Eureka heeft hier de tafel geleverd.” En toen de vraag kwam, zei hij: “Dat lijkt me wel leuk. En zodoende is het balletje gaan rollen.”

Voor wie driebanden alleen van naam kent: het is de variant waarbij de speelbal eerst minstens drie banden moet raken voordat hij de tweede bal raakt. Klinkt eenvoudig, tot je ziet hoe precies het komt. En precies daarom werkte de simultaan zo goed als publiekstrekker. Mensen stonden net iets dichterbij dan normaal, wezen naar mogelijke lijnen en dachten hardop mee. Je zag het kwartje vallen: dit is niet alleen kracht, dit is vooral gevoel en inzicht.

Van Erp speelde niet één, maar drie partijen tegelijk. Waarom? Omdat het publiek dan niet alleen toekijkt, maar meedoet. “Als de mensen zelf in actie komen is het toch altijd veel leuker”, zei hij. “Dan krijgen ze ook mee te merken van: hé, wat gebeurt er eigenlijk precies.” En eerlijk is eerlijk: van dichtbij zien hoe iemand driebandt, werkt aanstekelijk.

Dat 'nooit uitgeleerd' past eigenlijk perfect bij wat LBC26 wil zijn. Niet alleen een plek voor competitie, maar ook een plek waar je beter kunt worden als je dat leuk vindt. De één wil graag een vaste avond en een serieuze partij, de ander wil gewoon leren hoe je die bal eindelijk eens recht kunt aanspelen. Met clinics, onderlinge wedstrijdjes en af en toe een gastspeler zoals Van Erp wordt biljarten weer iets om naar uit te kijken, ook als je nog niet zo lang speelt.

Bouwen aan een club voor het hele dorp

En nu: doorpakken. De ambities zijn groot: meer (jongere) leden, meer vrouwen aan tafel, en een jeugdteam dat er gewoon gaat komen. Maar minstens zo belangrijk is de sfeer: een plek waar je niet alleen speelt, maar ook aanschuift voor een praatje. De opening liet al zien hoe dat eruitziet: mensen die elkaar nog net niet kenden, maar na tien minuten wél samen aan het rekenen waren over een moeilijke stoot. Theodor vatte het die middag mooi samen: “Je ziet hier een trotse voorzitter staan.” Trots op een club, maar vooral op een dorpsplek die terug is. Of zoals Van Mol het nog eens benadrukte: “Er is niks fijner dan; kom uit die vereenzaming.” Benieuwd? Loop eens binnen om te kijken, vraag gerust of je een bal mag stoten en drink een kop koffie mee. Grote kans dat je blijft hangen, en voor je het weet sta je zelf te glimmen achter de tafel.