Dieter Cleijn interviewde Desser Jan Hamers over zijn tijd als jeugdspeler en hoe hij furore maakte in de hoofdmacht van DESK.
Echte DESK-familie
Jan, laten we bij het begin beginnen. Kun je ons meenemen naar je jeugd? “Zeker. Mijn volledige naam is Johannes Petrus Waltherus Maria Hamers, maar iedereen noemt me gewoon Jan. Ik ben geboren op 25 maart 1959 in Kaatsheuvel en eigenlijk ben ik opgegroeid in een echte DESK-familie. Voetbal zat er bij ons van jongs af aan al in. Mijn opa van Laarhoven en mijn vader namen me iedere zondag mee naar DESK. Dat was toen nog het oude sportcomplex op De Efteling via de Parklaan, op de plek waar nu het Anton Pieckplein in de Efteling ligt. Met die bijvelden richting de Fakir in het Sprookjesbos, dat waren prachtige tijden.”
Je familieachtergrond is bijzonder. Daar zat ook een bijnaam aan vast toch? “Ja, dat klopt. De familie Hamers had eigenlijk geen echte scheldnaam in Kaatsheuvel, maar mijn opa van Laarhoven werd ‘de Pijp’ genoemd. Omdat ik een wat donker uiterlijk had, werd ik vroeger op straat ook vaak ‘Van Laarhoven’ genoemd. Dat hoorde er gewoon bij in die tijd.”
Jan Hamers voor de historische wand in de kantine. (foto: Dieter Cleijn)
Tweede thuis
Wanneer begon jouw eigen voetbalcarrière bij DESK? “Dat begon eigenlijk al ‘illegaal’ toen ik 9 jaar was. Officieel mocht je pas vanaf je 10e beginnen, maar ik was er gewoon al klaar voor. Dus ik sloot eerder aan bij de junioren. Van mijn 9e tot mijn 12e speelde ik daar, daarna door naar de C1, B1 en uiteindelijk de A2. Als 14-jarige speelde ik al tegen jongens van 18. Fysiek was dat pittig, maar ik moest het hebben van mijn techniek en inzet. Ik schuwde geen enkel duel.”
Hoe combineerde je voetbal met school en werk? “Ik ging van de MAVO naar de HAVO en uiteindelijk naar de Pedagogische Academie. Maar eerlijk is eerlijk: in de tijd van het zondagvoetbal was ik eigenlijk altijd op het sportcomplex te vinden. Daarnaast heb ik ruim 45 jaar gewerkt als salarisadministrateur, maar DESK bleef altijd mijn tweede thuis.”
Debuut
Je brak al vroeg door in het eerste elftal, toch? “Ja, dat ging snel. Als 14- en 15-jarige maakte ik onder trainer Han de Zeeuw al mijn eerste minuten in het Eerste. Ik weet nog goed: een keer speelde ik eerst een wedstrijd uit bij vv Dongen. Daarna werd ik opgehaald door Ton van Balkom en reden we door naar een wedstrijd van het Eerste tegen Veerse Boys in Zeeland. Dat soort dagen vergeet je nooit. Op mijn 16e zat ik echt bij de selectie. Mijn basisdebuut was uit tegen Geldrop. Daarvoor had ik al wat invalbeurten gehad, maar dat was mijn echte eerste wedstrijd vanaf het begin.”
Er was ook interesse van hogerop? “Klopt. Op een gegeven moment werd er thuis op de vaste telefoon gebeld door NAC, de Noad Advendo Combinatie. Die wilden me graag hebben. Maar ik heb er bewust voor gekozen om bij DESK te blijven. Dicht bij huis, met mijn vrienden spelen en op hoog niveau actief zijn, dat voelde voor mij goed.”
Een hoogtepunt was het seizoen 1977-1978. “Absoluut. Dat was een geweldig seizoen. We werden kampioen in de 1e klasse E, wat je nu kunt vergelijken met de 3e Divisie. Tegenstanders als Berkdijk, RBC Roosendaal, Geldrop en Sparta’25. De kampioenswedstrijd tegen De Valk in Valkenswaard wonnen we met 3-1. Daarna was het één groot feest op de Eikendijk. Dat vergeet ik nooit meer.”
DESK met trotse sponsor op de foto voor het kampioenschap. (foto: Dieter Cleijn)
Fluwelen voorzetten
Hoe zou je jezelf als speler omschrijven? “Ik was rechtsback en stond bekend om mijn voorzetten. Mensen noemden het wel ‘fluwelen voorzetten’. Als ik mee naar voren ging, wist ik bijna blind een ploeggenoot te vinden. We hadden ook duidelijke afspraken: als een back opstoomde, moesten er altijd drie of vier spelers in de zestien staan. Rinus Polderman profiteerde daar vaak van met zijn kopkracht. En als ik naar voren ging, bleef Ad van Es achterin. Andersom ook. Op het middenveld had je Joep van Nieuwstadt die alles regelde en Noud van Esdonk die altijd zijn eigen plan had, maar vaak wel succesvol. En dan Leen de Ridder… die kon echt magie laten zien met de bal.”
Hecht team
De derby’s waren echte klassiekers. “Zeker weten. Vooral DESK tegen Berkdijk en die tegen RKC waren altijd heerlijk om te spelen. Op sportpark Eikendijk stonden soms tien rijen dik het publiek langs het veld. Echt een ‘bomvol’ sportpark. Ik weet nog dat ik een keer op de bank begon en pas later doorhad hoe druk het was. De duels, bijvoorbeeld met Rini Netten, staan in mijn geheugen gegrift. Die sfeer… dat was puur voetbal. Dat zie je tegenwoordig bijna niet meer.”
Je speelde in een hecht team met veel bekende Dessers. “Ja, dat team klikte geweldig. We gingen voor elkaar door het vuur. Jongens als Kees van Heijst, Tini Sulsters, Rini van Boxtel en Hans van Veldhoven; dat zijn nog steeds vrienden. Meer dan 90% van mijn huidige vriendengroep komt uit die tijd. “Tini Sulsters was onze ‘stofzuiger’ op het middenveld, die liep echt alles dicht. We groeiden samen als jonge spelers binnen DESK.”
Ook de familie Hamers/Van Laarhoven bleef nauw betrokken bij de club. “Ja, mijn vader was altijd aanwezig op de Eikendijk, als suppoost, 'met de baand om'. Met die geel-blauwe band om zijn jas, bij de kaartcontrole. Dat beeld staat op mijn netvlies. Onze familie is echt verweven met DESK.”
Clubliefde
Als je terugkijkt, wat betekent DESK voor jou? “Alles. Ik ben inmiddels meer dan 50 jaar lid en heb er niet alleen gevoetbald, maar ook mijn vrienden en een groot deel van mijn leven opgebouwd. Mensen zoals Tini Zwaans, die toen technisch directeur was, hielden alles bij elkaar. Het mooiste vind ik dat die passie nu doorgaat naar de volgende generatie. Mijn kinderen Jordi en Sven hebben het stokje overgenomen. Kleinkinderen Jace en Riven spelen al in de clubkleuren van opa Jan en Mylo zit er aan te komen. Van generatie op generatie blijft die geel-blauwe clubliefde bestaan.”
Jan, dank je wel voor deze prachtige terugblik. “Graag gedaan. Het was mooi om dit allemaal weer te mogen vertellen.”
