Sommige mensen zijn lid van een voetbalvereniging. Andere mensen zijn de vereniging. Jan van Dongen behoort zonder enige twijfel tot die laatste categorie. Inmiddels 92 jaar jong, een geheugen waar menig historicus jaloers op zou zijn en een hart dat al ruim tachtig jaar geel-blauw kleurt. Jan zag DESK voetballen tussen de bomen van de Efteling, reisde als chauffeur met het eerste elftal door heel Nederland, keurde de velden als KNVB-consul en hielp eigenhandig mee aan de bouw van ons clubhuis. Van de gloriedagen op het hoogste amateurniveau tot de huidige Tweede Klasse: Jan maakte het allemaal mee. Tijd voor een bijzonder gesprek met een wandelende encyclopedie van onze clubhistorie. Een gesprek vol prachtige anekdotes, Brabantse nuchterheid, weemoed en vooral heel veel liefde voor DESK.

Door Dieter Cleijn

Jan van Dongen, geboren en getogen in de Kets

We beginnen bij het begin. Op 4 september 1934 zag Johannes Antonius van Dongen het levenslicht in de Antoniusstraat in Kaatsheuvel. Jan groeide op met vijf broers en een zus in een tijd waarin Kaatsheuvel er nog heel anders uitzag dan tegenwoordig.

Wie vroeger in de Kets woonde, had nogal eens een bijnaam. Hele families stonden bekend onder een naam die soms generaties meeging. Bij de familie Van Dongen lag dat iets anders. Jan werd regelmatig aangesproken als Jan Lips, of beter gezegd: Jan van Anna Lips. De reden? Jan leek sprekend op zijn moeder Anna.

Zijn jeugd speelde zich voornamelijk af tussen de boeren aan de Sweenstraat. Geen mobiele telefoons, spelcomputers of sociale media, maar gewoon buiten zijn en de handen uit de mouwen steken.

Samen met Jef Vugts en Rinus Hendriks hielp de kleine Jan op het land. Ploegen met paard en ploeg, werken op de akkers en mee met de melkboer. Met Gerardus van der Linden en Van Deutekom trok Jan met paard en wagen langs de deuren om de huishoudens in Kaatsheuvel van zuivel te voorzien.

Het waren andere tijden. Hard werken was vanzelfsprekend en niemand die zich daar druk over maakte.

Maar de jonge Jan maakte ook een veel ingrijpender periode mee.

De bevrijding van Kaatsheuvel door de ogen van een tienjarige

Het is oktober 1944. Nederland is nog volop in oorlog, maar de bevrijding nadert. Bij de familie Van Dongen worden Poolse en Canadese militairen ingekwartierd. Jan is dan amper tien jaar oud, maar herinnert zich die periode nog alsof het gisteren was. De geallieerde militairen brachten niet alleen hoop, maar ook iets wat voor de jonge Kaatsheuvelse jongens bijzonder interessant was: sigaretten. Die lagen weleens op de schoorsteen en verdwenen vervolgens in de zakken van Jan en zijn kameraden. Stiekem werd er gerookt in een put in de wei, buiten het zicht van de volwassenen.

In de omgeving van Rust Roest bevond zich een gaarkeuken en aan de overkant, bij De Jong, was het Rode Kruis gevestigd.

Op 29 oktober 1944 werd Kaatsheuvel bevrijd. Jan herinnert zich de geallieerde voertuigen die door de Hilsestraat trokken. Tanks, jeeps en soldaten die door de plaatselijke bevolking werden onthaald. Een bijzondere gebeurtenis die voorgoed in zijn geheugen gegrift staat.

Op veertienjarige leeftijd was het gedaan met school. Jan ging werken bij schoenfabriek Oosterwaal, waar hij drie jaar bleef. Daarna volgde een baan bij de vader van Tini Zwaans, eveneens in de schoenindustrie, aan de Mgr. Volkerstraat.

Maar naast het werk groeide er een andere passie. Eentje die zijn verdere leven zou blijven bepalen: DESK!

Zondag was heilig. Dan speelde DESK!

In het Kaatsheuvel van vroeger werd doordeweeks gewerkt. En op zondag? Dan ging je naar het voetbal!

Samen met zijn buurman Grard, oftewel Gerardus van Zon, liep de jonge Jan vanuit de Parklaan richting het R.K. Sport- en Wandelpark. Een gebied dat tegenwoordig wereldberoemd is als de Efteling. Want jawel, onze Kanaries voetbalden ooit midden in wat tegenwoordig het sprookjespark is.

Het hoofdveld lag ongeveer ter hoogte van het huidige Sint Nicolaasplein. Langs het veld bevond zich een verhoogde zandheuvel van een halve meter hoog. Een ideale plek voor supporters om de verrichtingen van hun geel-blauwe helden te volgen.

Daar stond Jan. Zondag na zondag. Geen luxe tribunes, geen digitale scoreborden en geen kunstgras. Gewoon een voetbalveld, een zandheuvel en supporters die hun club door dik en dun steunden.

Jan zag DESK in de daaropvolgende jaren meerdere malen verhuizen. Eerst vanuit het oorspronkelijke sportpark naar de Kinkenpolder, ongeveer ter hoogte van het huidige bussenterrein van de Efteling. Daarna volgde de Eftelingsestraat, achter de huidige ingang van de Efteling, in de omgeving van het tegenwoordige Efteling Theater. Op een voormalige stortplaats verrezen een nieuw A-veld en B-veld.

In 1977 maakte DESK uiteindelijk de overstap naar de Eikendijk. Vier locaties, tientallen elftallen en ontelbare wedstrijden. Maar één constante factor: Jan van Dongen stond erbij.

De liefde bracht hem naar Raamsdonksveer

Tussen al dat werken en voetballen door moest er natuurlijk ook nog tijd zijn voor de liefde. En die vond Jan, zoals hij het zelf zo mooi omschrijft, toen op een bijzondere dag de wind verkeerd stond en van oost naar west waaide. Die wind blies hem helemaal naar Raamsdonksveer, waar hij Annie Heesters ontmoette. Het bleek geen kortstondig avontuur. In 1956 stapten Jan en Annie in het huwelijksbootje. Later kregen zij twee dochters, Jeanette en Dimphy. Het gezin vestigde zich aan de Mgr. Volkerstraat. Een huis waar de familie Van Dongen woonde, maar waar DESK op de een of andere manier ook altijd aanwezig was. Want terwijl Jan zich op zondag met het eerste elftal bezighield, draaide Annie thuis de was voor de vereniging.

Na de wedstrijden werden de tenues verzameld, gewassen en aan de waslijn gehangen. En niet alleen die van het eerste elftal. De was van de gehele vereniging kon aan de Mgr. Volkerstraat hangen. Een waslijn vol geel-blauw. Ook dát was vrijwilligerswerk. En ook dát was DESK.

Van Europa naar de Eikendijk: chauffeur van ’t Irste

Jan heeft in zijn werkzame leven heel wat kilometers afgelegd. Letterlijk. Naast zijn werk in de schoenindustrie deed hij ervaring op in de bouw, onder andere bij zijn schoonvader Heesters. Daar leerde hij het vak van riolering, afwatering en waterwerken. Hij werkte aan projecten in onder meer Noord-Holland en IJmuiden en ontwikkelde zich verder tot opzichter. Maar een volgende carrière lag alweer op de loer.

Henk Mulders, destijds adjunct-directeur bij busmaatschappij Broere, zag in Jan wel een geschikte chauffeur. “Jan, da kende gij!”, zei Henk. En zo geschiedde. Jan begon op een kleine bus en groeide door naar de grote touringcar. Daarmee doorkruiste hij heel Europa. Van Nederland naar het voormalige Joegoslavië, van Brabant naar Spanje en weer terug.

Soms was hij van maandag tot woensdag onderweg naar Joegoslavië en reed hij van donderdag tot zaterdag een groep jongeren naar Spanje.

Maar op zondag? Dan moest de bus klaarstaan voor DESK 1!

Omdat onze Kanaries destijds op het hoogste amateurniveau actief waren, reisden zij het hele land door. En wie zat er achter het stuur? Juist. Jan van Dongen. Wanneer hij op zaterdag thuiskwam van een internationale rit, was het eerst douchen. Ondertussen zorgde Annie ervoor dat de bus werd schoongemaakt en het afval verwijderd. Alles moest weer spik en span zijn voor de zondag. Want met DESK op reis, dat was natuurlijk een erezaak.

De legendarische tussenstops van de DESK-bus

Wie denkt dat een uitwedstrijd vroeger uitsluitend bestond uit negentig minuten voetbal, heeft het mis. De busreizen waren op zichzelf al belevenissen.

Wanneer DESK richting Limburg trok, werd traditioneel gestopt in Weert. Ging de reis naar Zeeland, dan was restaurant De Raayberg in Bergen op Zoom een geliefde pleisterplaats.

Bij De Raayberg kwamen ze zelfs zó graag dat de uitbater de namen van de spelers wilde weten. Tijdens het bezoek werden vervolgens via de microfoon de uitslagen en doelpuntenmakers omgeroepen. Je ziet het helemaal voor je. Een touringcar vol DESK-spelers, de technische staf, een hapje eten en een restauranthouder die de plaatselijke voetbaluitslagen door de zaak schalt.

Maar één uitwedstrijd staat bij Jan nog altijd in zijn geheugen gegrift. DESK moest onder leiding van trainer Tausch aantreden tegen Vlissingen. De eerste helft verliep dramatisch. Bij rust keek DESK tegen een kansloze 3-0 achterstand aan. Jan stond buiten de kleedkamer toen de stem van trainer Tausch door de muren galmde: “Gullie kunt allemaal hartstikke goed voetballen, maar gullie laat dit niet zien op het veld. ERUIT!”

De spelers wisten wat hun te doen stond. Wat er precies in die tweede helft gebeurde, zou menig hedendaagse trainer graag nog eens willen bestuderen. DESK draaide de wedstrijd volledig om. Van 3-0 achter naar een sensationele 3-4 overwinning! Jan zal die terugreis ongetwijfeld met een brede glimlach achter het stuur hebben gezeten.

Tot 1995 werkte hij als buschauffeur bij Broere. Daarna ging hij aan de slag bij Taxi Van den Hout, waar hij opnieuw vele kilometers maakte en bijzondere mensen ontmoette. Onder hen ook Piet Cleijn, de vader van ondergetekende. En zo blijkt tijdens dit gesprek maar weer eens hoe klein de wereld kan zijn. Of beter gezegd: hoe Cleijn de wereld is.

De supportersvereniging: lootjes, friet en clubmensen

Jan was niet alleen supporter en chauffeur, maar behoorde ook tot de mensen die de supportersvereniging van DESK oprichtten.

Samen met onder anderen Tini Zwaans, Frans Huismans, Jan van Riel, Jo Klijn en Dré van Laarhoven zette hij zich in om extra inkomsten voor de vereniging te genereren. Dat begon in de tijd dat DESK nog in het Eftelingpark voetbalde. Bij de ingang van het sportpark werden lootjes verkocht. Daarnaast organiseerde de supportersclub een zogenaamde blinde loterij. Met de opbrengsten werden onder andere kampioenselftallen in het zonnetje gezet.

Jan van Dongen in de kantine van DESK.

Jan van Dongen in de kantine van DESK.

Na de verhuizing naar de Eikendijk bleef de supportersclub actief. De dames van de supportersvereniging bestierden een caravan waarin koffie, thee, snoep en friet werden verkocht. Een eenvoudig onderkomen, maar een belangrijke ontmoetingsplek voor supporters.

Geen ingewikkelde organisatieplannen of digitale systemen. Gewoon een groep betrokken clubmensen die samen de schouders eronder zette.

En Jan? Die was er natuurlijk bij.

De KNVB-consul die doorgezaagde doelpalen trotseerde

Een ander bijzonder hoofdstuk uit Jans DESK-leven is zijn periode als KNVB-consul. Tijdens het voorzitterschap van Wim Soeterboek werd Jan gevraagd om de velden te keuren. Een verantwoordelijke taak, zeker in een tijd waarin natuurgrasvelden bij slecht weer regelmatig onbespeelbaar waren. Na het overlijden van Jan van der Kaa liet Jan zich uiteindelijk overhalen. Maar hij ging niet over één nacht ijs. Eerst belde hij diverse andere verenigingen om te informeren hoe hun consuls te werk gingen. Vervolgens trok hij samen met Jan Verhiel en Sjaak in ’t Groen, de vader van Leon en destijds opzichter bij de gemeente Loon op Zand, langs de voetbalvelden. Bij regen, vorst, sneeuw en alles wat de Brabantse weergoden verder nog in petto hadden. En soms waren het niet de weersomstandigheden die een wedstrijd in gevaar brachten.

De zaag van RKC

We gaan terug naar het seizoen 1975-1976. DESK en RKC waren destijds grote rivalen. De wedstrijden tussen Kaatsheuvel en Waalwijk waren beladen ontmoetingen waarin de sportieve eer van de regio op het spel stond. Voor een belangrijke topper tegen RKC kreeg Jan op de wedstrijddag een telefoontje. Er was iets behoorlijk mis op het voetbalveld. Beide doelpalen bleken te zijn doorgezaagd!

Volgens de overlevering waren het mensen uit het Waalwijkse kamp die de wedstrijd op deze manier wilden saboteren. Maar dan hadden ze buiten Jan van Dongen gerekend. Met hulp van de technische dienst werd een balk achter de doelpalen aangebracht, waardoor het doel overeind kon blijven.

De wedstrijd ging gewoon door!

De rivaliteit leverde jaren later nog een prachtig staaltje voetbalhumor op. Tijdens een jubileum ontving DESK vanuit Waalwijk een bloemstuk, met daarin een versierde zaag. Sommige verhalen zijn zo bijzonder dat je ze bijna niet zou geloven. Maar ze horen bij de geschiedenis van onze club. En Jan was erbij.

Sneeuw? Dan vegen we toch gewoon de lijnen!

Ook trainer Jos Wap wist Jan regelmatig te vinden. Toen een belangrijk duel door sneeuwval in gevaar dreigde te komen, belde de trainer met de vraag of er de volgende dag gevoetbald kon worden. Jan liet zich niet zomaar uit het veld slaan. Eigenhandig veegde hij de lijnen van het besneeuwde hoofdveld schoon. Probleem opgelost.

Omdat DESK destijds landelijk op hoog niveau speelde, stond het telefoonnummer van Jan als consul in de telefoongids. Het gebeurde regelmatig dat op zaterdagavond de telefoon ging in huize Van Dongen. Scheidsrechters en tegenstanders uit alle windstreken wilden weten of de wedstrijd op zondag wel doorging. In een tijd zonder websites, apps of afgelastingen via pushberichten was Jan simpelweg het aanspreekpunt.

Van Sterrenwei tot Puistenakker

Ook de velden aan de Eikendijk hadden vroeger hun eigen bijnamen. Het hoofdveld stond bekend als de Sterrenwei. Een toepasselijke naam voor het veld waarop onze Kanaries hun kunsten vertoonden. Het huidige kunstgrasveld, vroeger veld B, heette de Engelenbak. En dan was er nog de roemruchte Puistenakker, de bijnaam van veld E. Waarom? Omdat het veld vol knollen en oneffenheden lag. Een bal die daar zonder vreemde stuit over het gras rolde, was eerder uitzondering dan regel.

Tegenwoordig kunnen onze voetballers beschikken over mooie velden en modern kunstgras. Maar vraag Jan naar de Puistenakker en hij weet precies waar je het over hebt.

Een kantine met de hand van Jan van Dongen

Toen DESK in 1977 naar de Eikendijk verhuisde, was het sportpark nog lang niet zoals we het tegenwoordig kennen.

De eerste tijdelijke kantine stond ongeveer op de plek waar zich nu het materiaal- en ballenhok en een gedeelte van de fysioruimte bevinden.

Daarna werd begonnen met de bouw van het huidige clubhuis. Verschillende Kaatsheuvelse aannemers en vakmensen hielpen mee. Namen als Fijneman, Pepping en de gebroeders Kees en Ad Bastianen komen tijdens het gesprek voorbij. Ook Jan droeg zijn steentje bij.

En dat mag je behoorlijk letterlijk nemen. Door zijn eerdere werkzaamheden bij schoonvader Heesters had Jan veel kennis opgedaan van riolering, waterwerken en afwatering. Die ervaring kwam bij de bouw van het DESK-clubhuis uitstekend van pas. De complete riolering en waterleidingen werden door Jan aangelegd. Wie tegenwoordig in onze kantine een kop koffie drinkt, een biertje bestelt of gebruikmaakt van de sanitaire voorzieningen, staat er waarschijnlijk niet bij stil. Maar onder de vloer van ons clubhuis ligt nog altijd een stukje vakmanschap van Jan van Dongen. Een tastbare bijdrage aan onze vereniging die vele generaties DESK-leden ten goede is gekomen.

Jan van Dongen in de kantine van DESK.

Jan van Dongen in de kantine van DESK.

Vroeger deed je het gewoon voor de club

Als ons gesprek richting het vrijwilligerswerk van vroeger gaat, verandert de toon enigszins. Niet uit boosheid, maar vooral uit verbazing over hoe sterk het verenigingsleven is veranderd. Vroeger was het voor Jan en zijn generatie vanzelfsprekend dat je iets voor de club deed. Na een thuiswedstrijd was het werk namelijk nog lang niet gedaan. Terwijl de spelers gingen douchen en het publiek huiswaarts keerde, liepen Jan van Dongen, Jan Verhiel en Jan Dingemans over het sportpark om alles weer netjes op te ruimen. Rommel verzamelen, opruimen en ervoor zorgen dat de accommodatie er weer keurig bij lag. Daar hoefde niemand een rooster voor te maken. Er hoefde geen oproep op sociale media geplaatst te worden en niemand vroeg zich af wie verantwoordelijk was. Je deed het gewoon. Omdat het jouw club was.

Tegenwoordig is het een stuk lastiger om vrijwilligers te vinden. Ouders hebben het druk, de agenda's zitten vol en het verenigingsleven moet concurreren met allerlei andere verplichtingen. Jan ziet dat verschil duidelijk.

Voor zijn generatie hoorde vrijwilligerswerk onlosmakelijk bij het lidmaatschap en de verbondenheid met de vereniging. Misschien is dat wel een van de belangrijkste lessen die we van Jan kunnen leren. Een vereniging draait niet alleen op voetballers, trainers of bestuursleden. Een vereniging draait vooral op mensen die iets voor elkaar overhebben.

De vrienden van toen

Tijdens het gesprek komen tientallen namen voorbij. Oud-bestuurders, voorzitters, trainers, spelers en vrijwilligers. Wim Soeterboek, Jan Verhiel, Jos Wap en vele anderen. Mensen met wie Jan jarenlang heeft samengewerkt, gelachen, gevoetbald en lief en leed heeft gedeeld. Maar het leven kent ook een onvermijdelijke keerzijde. Veel van die oude kameraden zijn er inmiddels niet meer. Jan bezoekt nog regelmatig met zijn scootmobiel het kerkhof achter de Sint Janskerk aan de Hoofdstraat. Daar liggen verschillende vrienden van vroeger begraven.

Jan rijdt langs hun graven en maakt, zoals hij dat zelf gewend is, nog even een praatje met zijn oude kameraden.

Ook Jan Verhiel komt ter sprake. Met hem werkte Jan jarenlang samen bij DESK, al ging de onderlinge communicatie volgens Jan ook weleens mis.

Het zijn herinneringen die een glimlach oproepen, maar tegelijkertijd duidelijk maken hoeveel mensen Jan in zijn lange leven heeft zien komen en gaan.

De mensen die DESK maakten tot wat het is. Vriendschappen die ontstonden langs het voetbalveld en soms een mensenleven standhielden.

En die, zelfs wanneer iemand er niet meer is, nog altijd voortleven in herinneringen.

De Club van 50: iets terugdoen voor DESK

Dat Jan nog altijd betrokken is bij zijn club, blijkt ook uit zijn lidmaatschap van de Club van 50. Tijdens een 65-plusmiddag van DESK hoorde hij over het initiatief waarbij sympathisanten jaarlijks vijftig euro bijdragen om extra voorzieningen voor de vereniging mogelijk te maken. Voor Jan was dat eigenlijk vanzelfsprekend. Na alles wat DESK hem had gebracht, vond hij het niet meer dan logisch om op deze manier iets terug te doen.

Hoewel je je kunt afvragen hoeveel iemand die zóveel voor een vereniging heeft betekend nog terug zou moeten doen.

Van supporter tot chauffeur, van consul tot kantinebouwer en van supportersvereniging tot vrijwilliger. Jan heeft zijn steentje inmiddels meer dan bijgedragen.

Een colaatje, een kroketje en negentig minuten DESK

En zo komen we langzaam aan het einde van een bijzonder gesprek. We hebben het gehad over de Tweede Wereldoorlog, de schoenindustrie, de Efteling, doorgezaagde doelpalen, lange busreizen, legendarische voetbalwedstrijden en de vele mensen die onze vereniging groot hebben gemaakt.

Maar wat misschien nog wel het mooiste is? Jan geniet nog altijd van dezelfde eenvoudige dingen als toen hij als kleine jongen met zijn buurman naar het voetbal liep. Een wedstrijd van DESK 1. De vertrouwde omgeving van ons sportpark aan de Eikendijk. De mensen langs de lijn. Een colaatje en een kroketje. En natuurlijk de hoop dat onze Kanaries er op zondag weer drie punten bijschrijven.

Je kunt een voetbalvereniging van locatie laten veranderen. Je kunt het niveau zien stijgen en dalen, generaties spelers zien komen en gaan en gebouwen zien verrijzen en verdwijnen. Maar echte clubliefde verandert niet. Die zit in je. Bij Jan van Dongen al ruim tachtig jaar.

Jan, namens alle Dessers: bedankt!

Als verslaggever van vv DESK heb ik al heel wat wedstrijden bezocht en bijzondere mensen gesproken. Maar een ontmoeting met iemand die vrijwel de complete naoorlogse geschiedenis van onze vereniging zelf heeft meegemaakt, is van een andere orde.

Jan is niet zomaar een supporter van het eerste uur. Hij is een levend stukje DESK-historie.

Een man die de club zag spelen op plekken waar tegenwoordig sprookjesfiguren rondlopen. Die met zijn touringcar de selectie door heel Nederland vervoerde. Die ervoor zorgde dat wedstrijden ondanks sneeuw of zelfs doorgezaagde doelpalen konden doorgaan. Die letterlijk zijn handen vuil maakte bij de bouw van onze kantine en die samen met Annie ontelbare uren in de vereniging investeerde.

Zonder mensen als Jan van Dongen zou DESK nooit de vereniging zijn geworden die wij vandaag kennen. En misschien is dat wel de mooiste boodschap die uit ons gesprek naar voren komt. DESK is niet alleen een plek waar gevoetbald wordt. Het is een plek waar vriendschappen ontstaan, herinneringen worden gemaakt en generaties met elkaar verbonden blijven.

Beste Jan, het was mij een grote eer om naar uw verhalen te mogen luisteren. Met een bewonderenswaardig scherp geheugen, prachtige anekdotes en een indrukwekkende hoeveelheid levenswijsheid nam u mij mee op een reis door ruim tachtig jaar clubliefde.

Diep respect en petje af!

Hopelijk mogen we u nog vele seizoenen langs de lijn begroeten. Met een colaatje, een kroketje en wie weet nog een prachtig kampioenschap van onze Kanaries. Want als iemand dat verdient, dan is het Jan van Dongen. 92 jaar jong. Supporter van het eerste uur. en chauffeur van ’t Irste.

Desser in hart en nieren, Jan van Dongen