Het is dat deze column schrijven het eerste is wat ik doe in een werkweek, anders was het er misschien niet van gekomen. Het is weer zo’n week. Zo’n week waarvan je je op zondagavond afvraagt: ‘En hoe ga ik die weer overleven?’ Een week met leuke dingen, maar vooral ook met heel veel te doen. Maar wanneer? Eerst maar eens de column.

Deze week zit vol met afspraken en zorg die extra tijd vraagt. Terwijl zaterdag het eerste optreden van ons koor is met de Matteüs Passie in Tilburg, het projectplan van Zin op School naar fondsen moet en er nog zoveel op mijn to-dolijstje staat. In een vlaag van verstandsverbijstering had ik ook ooit nog eens bedacht dat het goed uit zou komen als ik woensdagmiddag met dochterlief naar Alfred Jodokus Kwak op Herman van Veens landgoed ga.

Zo’n week. Je kent ze in je eigen variant ook vast. Dat je maanden vooruit denkt: ach, dat past dan wel. Of dat er iemand nú aandacht nodig heeft wat echt niet later moet. En dat er iets voorbij komt, waarvan je weet: ‘Die kans moet ik nú grijpen.’ Zodat je aan het begin van de dag denkt: ‘Geen idee hoe ik dit voor elkaar ga krijgen allemaal, dus laten we maar gewoon beginnen’.

Ik heb inmiddels geleerd dat het niet helpt om ‘gewoon bij het begin te beginnen’. Het begint met plannen. Een rabbi leerde me: ‘Vertrouw niet uitsluitend op to-dolijstjes. Gebruik een agenda.’ En: leef volgens een kalender om dingen te ervaren die het leven betekenis geven. Dus begint mijn week met plannen. En zeg ik niet een betekenisvolle middag met mijn dochter af en plan ik mijn aandacht voor een mooie concertreeks die juist in deze tijd van betekenis is.

Al die dingen die al gepland staan kunnen me soms aardig in de weg zitten. Ik kan daar best onhebbelijk van worden. Dat ik mijn drukte afreageer op die afspraken. Ik kan me herinneren dat ik bij de landelijke kerk na een ochtend vergaderen nog wel eens kon zeggen: ‘Zo, ik ga eens wat doen’, daarbij mijn collega’s geïrriteerd achterlatend: ‘We hébben toch wat gedaan?’

Die afspraken heb ik niet leren zien als vervelende onderbrekingen, maar als ankerpunten. Hoezeer ze misschien ook niet uitkomen. Maar dát staat te gebeuren in de tijd. En als ik die niet volg, dan verlies ik juist de grip op de tijd. Ik deed dat wel eens: vergaderingen en andere afspraken afzeggen ‘omdat ik wat beters te doen heb’, dacht ik dan oprecht. Maar per saldo kwam er niet meer uit mijn handen, en bleven er dingen liggen. De tijd vraagt soms van ons dingen te doen. Negeer dat niet. Dít is de tijd waarin we leven. En die tijd vraagt ook iets van ons.

En als ik dat te hinderlijk vind, dan leer ik naar mezelf te kijken. Wat zit er in mij in de weg? Kan ik mij ook proberen toe te vertrouwen aan een week waar ik wat minder de regie over heb dan anders? Want ook dat kan van betekenis zijn. Omdat anderen me even wat meer nodig hebben, of omdat een proces meer tijd vraagt. Niet alles is planbaar. En als iets niet uitkomt, dan is het soms misschien ook niet de tijd. En dat geldt dan eerder voor mijn to-dolijstje dan voor de dingen die gepland staan. Vanwaar die haast? Of als ik iets te lang heb laten liggen, zeg ik tegen mezelf: haal het van je to-dolijstje af en plan het. En als dat maar niet lukt, dan is het misschien ook niet belangrijk, of vind ik het zelf niet belangrijk genoeg. Accepteer dat.

Zo zit ik me hier nu eigenlijk op te peppen voor een week waarin het enigszins overleven is. Ach, ik mag blij zijn dat het er blijkbaar toe doet wat ik doe. Daar mag ik dankbaar voor zijn. Al val ik niet samen met wat ik doe. Laat ik dan eerst maar danken voor de zon en niet vergeten daar nog even in te gaan lopen. Dat moet ik dus ook gewoon gaan plannen. Het komt goed.

Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.