‘Nee, dat vertel ik je niet’ zei ze. ‘Dan ga je heel anders over me denken en dat wil ik niet.’ Ze schaamde zich en was bang dat mijn beeld van haar voorgoed zou veranderen als ze zou vertellen wat er gebeurd was. Met haar armen over elkaar zat ze op slot. Wat erg hoe schaamte je gevangen kan houden, dacht ik.

Ik zag mezelf daar zitten. Niet trots op wat ik gezegd of (niet) gedaan had. Overdreven veel sorry zeggend, terwijl de ander zei: ‘Het is allang goed joh.’ Het waren geen grote dingen, maar ik schaamde me ervoor. Maar het is de schaamte die dingen groot maakt. Onoverkomelijk. Onvergefelijk. Zo voelt het. Maar het tegendeel is waar.

Ik heb het verschil leren zien tussen schaamte en schuld. Schaamte, leerde een rabbi me, kleeft aan je persoon. Je wil je het liefst verbergen, verstoppen, niet meer gezien worden als het bekend wordt. Of het wordt een taboe, waar we niet over praten. Met de ‘mantel der liefde’ bedekt. Maar liefdevol is het niet. Want je blijft je ervoor schamen. Het blijft aan je kleven.

Schuld is wat anders. Je kunt schuldig zijn aan iets dat je (niet) gedaan hebt, maar dat staat los van wie je bent. Dat klinkt misschien vreemd, want je bént toch een dief, of wat dan ook? Nee, over schuld kun je het alleen maar hebben als je wat iemand doet loskoppelt van wie iemand is. Niet om het te vergoeilijken – ‘Ach, het is zo’n lieve jongen’ – nee, maar om überhaupt over schuld te kunnen praten.

Kijk maar naar al die BN’ers die we gecanceld hebben de laatste jaren. We hebben ze zo te kijk gezet, dat ze zelf niet meer verantwoordelijkheid voor hun daden kunnen nemen en kunnen luisteren naar hun slachtoffers. Hebben ze daar recht op dan? Ja, omwille van de slachtoffers. Kijk maar naar de Epsteinfiles. Iedereen heeft het over welke beroemdheden daar waren, op dat eiland van Epstein, en over hun connecties. Bijna niemand heeft het over de slachtoffers. En dat komt omdat we mensen in hun schaamte drukken – kijk, kijk, jij was daar – en niet op hun schuld wijzen. Er moeten koppen rollen, maar echt luisteren doen we niet meer.

Als je wie iemand is loskoppelt van wat hij doet, dan ontstaat er ruimte om te luisteren. Naar de slachtoffers, maar ook voor de dader om te luisteren naar zijn slachtoffers. Je laat namelijk de mens intact, die zich niet hoeft te schamen, maar zich wel heel duidelijk bewust moet worden van zijn schuld. En dat kan alleen maar als hij kan luisteren.

Ik heb het ook moeten leren. In kleine alledaagse dingen tussen mensen. Dat ik het nu niet echt helemaal en voorgoed verbruid heb. Of dat iemand me nooit meer zou willen zien. Dan volgde er soms een waterval aan excuses. Allemaal goed bedoeld, maar zonder ruimte voor de ander om zijn verhaal te vertellen. En zonder ruimte bij mij om daarnaar te luisteren.

Als je eerst bij jezelf vaststelt: ‘Hier ben ik niet trots op, maar ik ben meer dan wat ik gedaan heb’, dan kun je naar die ander gaan en zeggen: ‘Ik heb het niet goed gedaan, hoe was het voor jou?’ Dat hangt dus ook niet van die ander af. Die kan kwaad zijn en er niet aan toe zijn zijn verhaal te vertellen. Dat mag. Maar hij mag jou nooit zo cancelen dat er geen vergeving meer mogelijk is.

Daarom moeten we eens goed gaan nadenken over hoe snel we mensen wegzetten en cancelen, omdat ‘ze hebben afgedaan’. Niemand heeft ooit afgedaan. Dat oordeel is niet aan ons.

Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.