Alaaf, Turfstekers en Turfstekerinnekes! Hebben jullie je ook weleens afgevraagd hoe ons mooie Kaatsheuvel veranderde in Turfstekerslaand? Wat was er eigenlijk eerder: de prinsensteek of de prins? En wie gingen onze huidige Prins Rob voor in de rijke historie van Turfstekerslaand? Stichting Optocht Turfstekerslaand duikt samen met Heemkundekring de Ketsheuvel de archieven in. Niemand minder dan groot carnavalsliefhebber én bestuurslid van de Heemkundekring de Ketsheuvel, Kees Grootswagers, neemt ons mee op een nostalgische reis door de tijd. In deze artikelen ontrafelen we de wortels van ons feest. Pak een pilske of ranja en een worstebrooike, trekt oe Turfstekerssjaal aan, ga er goed voor zitten en herbeleef de historie van carnaval in Turfstekerslaand in dit vijfde artikel!
De kinderoptocht van 1968
In de vorige editie van De Duinkoerier zagen we dat er in 1967 gestart werd met een carnavalsoptocht. Het was weliswaar een kinderoptocht, maar toch, het begin was gemaakt. In de jaren daarna zien we telkens de kinderoptochten in Kaatsheuvel trouw terugkomen. Zo blijkt uit oude krantenberichten dat het enthousiasme en de welwillendheid om mee te doen alleen maar toenamen, dus misschien is toen al de bodem gelegd voor het succes van de huidige 'Kènderoptocht'! Was er in 1967 alleen nog maar deelname van de harmoniegezelschappen van Apollo en Sint Jan, in 1968 sloot ook Euphonia daarbij aan. Allen gekleed in boerenkiel brachten zij de toentertijd bekende carnavalskraker 'Mien waar is mijn feestneus' ten gehore, volgens de correspondent van de regionale krant. Ook de jeugddrumband van de KGV deed weer mee aan de optocht. Allen ondersteunden zij een tiental grotere en kleinere wagens die door de verschillende wijken in Kaatsheuvel waren gemaakt. Ook de kwaliteit van de stoet was sterk verbeterd. Dit was volgens de krant te danken 'aan de afvaardigingen van de St. Jozefparochie (Stichting Jeugdbelangen) en buurtschap ’t Hoekske', die qua aankleding zelfs uitstekend voor de dag kwamen en de optocht in feite 'maakten'. Op het einde van de optocht werden alle deelnemers met een traktatie onthaald en volgde voor het gebouw van Openbare Werken (dit bevond zich in de oude brandweerkazerne die nog steeds aan het Anton Pieckplein is gelegen) de bekendmaking van de beoordeling en de prijsuitreiking. Daarbij lagen er ook nog enkele geldprijzen in het verschiet. De uitslag van de beoordeling was: 1. Wagen Sneeuwwitje en de zeven dwergen f 25,-, 2. Wagen Pipo de Clown f 15,-, 3. Wagen Prins en gevolg f 10,-, 4. Groep clowns f 10,-, 5. Sprookje Lange Nek f 5,- en 6. Groep Indiaantjes f 5,-.
Stunt rondom 'De Lange Jan' in de Efteling
De regionale krant de Echo van het Zuiden van 22 februari 1968 kopte met de mededeling; 'De Lange Jan' in de Efteling zonder hoofd. Wat bleek het geval, het hoofd van De Lange Jan, ook wel genoemd 'De Lange Nek' bleek uit het sprookjesbos van de Efteling op geheimzinnige wijze te zijn ontvreemd. Omdat in die periode de Efteling nog tijdens de winterperiode gesloten was werd de lange nek omlaaggehaald en, om deze tegen het winterse weer te beschermen, voorzien van een dek. Na de ontdekking door het Efteling personeel werd onmiddellijk de Kaatsheuvelse politie ingeschakeld, die er een rechercheteam op zette. Al snel vermoedde men dat het om een vroege carnavalsgrap zou gaan, mogelijk door een groep Tilburgse studenten die hier meer de hand in zouden hebben gehad. Dit bleek echter uiteindelijk niet het geval. Een Waalwijkse carnavalsvereniging bleek namelijk het hoofd van 'De Lange Jan' te hebben ontvreemd en te hebben gebruikt voor hun wagen tijdens de carnavalsoptocht in die plaats op zondag 25 februari. Ze haalden er zelfs de tweede prijs mee. Al bij al een leuke carnavalsstunt vanuit de buurgemeente, waarbij gelijk duidelijk werd waar het hoofd was gebleven en die daarna gelukkig weer terug kon worden gebracht naar de rechtmatige eigenaar, namelijk de Efteling.
De kinderoptocht van 1969
Zondag 16 februari 1969 vond onder bittere kou de derde kinderoptocht te Kaatsheuvel plaats. 'Stijgende lijn in geslaagde Kaatsheuvelse jeugdcarnavalsoptocht' kopte de regionale krant een dag later. Wederom was het niveau van de wagens beter dan in de twee voorafgaande jaren. Ook het aantal deelnemende wagens en groepen was te elfder ure aanzienlijk toegenomen, waarbij een aantal deelnemers spectaculair voor de dag kwam. Uiteindelijk bleek de optocht de lengte van een halve kilometer te beslaan. Tevens had zich het idee post gevat dat deze optocht, met de op handen zijnde historische optocht in het kader van het 700-jarig bestaan van de heerlijkheid Loon op Zand en de opening van het nieuwe gemeentehuis op het Marktplein, de opmaat moest worden voor een 'echte' carnavalsoptocht in Kaatsheuvel in 1970. Om daar meer handen en voeten aan te geven had men Piet Borsten uit Kaatsheuvel gevraagd om hier invulling aan te geven. De kinderoptocht van 1969 vormde in ieder geval al een succes en de prijsverdeling in de categorie wagens was: 1. De Kurkentrekkers (carnaval komt van binnen uit), Vossenbergselaan, 2. Carnaval in rioool (’t Hoekske), 3. Winterkampeerders (’t Hoekske), 4. De Fabeltjeskrant (Hilsestraat), 5. Harem (Juliana van Stolbergstraat), 6. Ketelhuis (de centrale verwarming) van de wijk Pannehoef. Groepen: 1. Sneeuwwitje (Willem II-straat), 2. De Zuipschuit (Hoofdstraat-West) en 3. Schateiland (Dr. Nolensstraat). De prijzen konden worden afgehaald bij het VVV-kantoor dat toen nog in het gemeentehuis was gevestigd. Opmerkelijk was dat toen ook al politieke thema’s een onderwerp vormden voor een carnavalswagen. Zo sloeg de wagen genaamd Ketelhuis van de wijk Pannehoef op de problemen die zich in die wijk toen voordeden met betrekking tot de wijkverwarming.
Carnavalsvereniging De Duinpiepers met in het midden Prins Duinpieper (Jan Kranen).
De eerste carnavalsverenigingen
Eind 1968 en in 1970 ontstonden er allerlei initiatieven om carnavalsverenigingen op te richten. Aanvankelijk ontstonden vanuit de Kaatsheuvelse campings de eerste carnavalsverenigingen. In 1968 carnavalsvereniging De Duinpiepers bij camping Duinlust en carnavalsvereniging 'De Kets' bij camping ’t Hoekske. Zij hadden ieder een eigen prins, prins Duinpieper (Jan Kranen) bij de Duinpiepers en prins Haastrecht I (Andre van Mosselveld) bij 'De Kets', en een eigen raad van elf. In 1970 werden vervolgens de carnavalsverenigingen Dèftelingse Doken opgericht bij J. Pruijssers en De Peperbuusen bij café Smit. Het begin was gemaakt voor het vieren van een 'echt' carnavalsfeest in Kaatsheuvel.
