Lenie en Adrie van Wijk vieren hun platina huwelijk en zijn al 77 jaar samen. Bijna hadden ze niet kunnen trouwen, op 11 januari 1956. Adrie (96) vertelt: “Op oudejaarsdag was ons vader oliebollen aan het bakken, komt ineens de gemeentesecretaris langs: er kon niet worden getrouwd, want de ondertrouwkaart was niet aangeplakt in het kastje bij het gemeentehuis! Dat moest twee zondagen van tevoren! Waren we vergeten!” Lenie (92): “En het was al vier uur op zaterdag!” Adrie vervolgt: “Snel met een huurauto naar Drongelen. Daar woonde de gemeentebode, die had de sleutel van dat kastje. Het was oudejaarsavond, maar we kregen hem toch zover dat hij meeging naar het gemeentehuis.” Adrie glundert. “Kastje open, kaartje erin, kastje dicht, opgelost!”

Door Ilonka Bokma

Lenie groeide op aan de oostkant van Genderen, met een zus en twee broers. Haar opa was brugwachter, maar richtte ook de eerste busonderneming van de omgeving op. “Onzen Dienst, zo heette die”, zegt Lenie. “Mijn vader en zijn broers reden de twee bussen." Als ze twaalf is, fietst ze iedere dag naar school, helemaal naar Den Bosch. Ze is de beste van de klas. “Op een dag kwam de hoofdmeester bij ons thuis om te vertellen dat ik toelatingsexamen mocht doen voor de HBS. Dat was heel wat. Mijn ouders zeiden nog, dat is toch niks voor een meisje, maar ik heb het toch gedaan.” Adrie woonde aan de andere kant van het dorp. Hij komt uit een gezin met vier jongens en twee meisjes. Zijn ouders hadden een boerderij, een aannemersbedrijf en ook nog een café: 't Zwaantje. “Mijn moeder was de herbergierster“, zegt Adrie. “We hebben allebei een fijne jeugd gehad”, zegt Lenie. “We waren niet de armsten.”

Bontje

Hoe hebben ze elkaar ontmoet? “Na de oorlog was er ieder jaar een Oranjefeest”, zegt Adrie. “Met een boerenoptocht en een band. En daar liep Lenie, ik zal het nooit vergeten…Het mooiste meisje van het dorp!” Hij vraagt of hij haar thuis mag brengen en zo krijgen ze verkering. Lenie lacht: “De eerste keer dat ik bij jullie thuis kwam, zei jouw vader: jij hoeft hier niet meer te komen! Ik dacht, heb ik iets verkeerds gedaan? Zegt-ie, nee, want je bent er toch al.” Ze lachen. “We gingen ook naar de film”, zegt Adrie. "Maar jij moest van je ouders altijd om half tien thuis zijn. Dus ik bracht je in de pauze al naar huis. Die films zagen we nooit af!”

Na zeven jaar verkering gaan ze trouwen. “Mijn zus Truus had een prachtige bruidsjurk gemaakt”, zegt Lenie. “Maar het was die dag zo koud! Gelukkig konden we in Heusden een bontje huren. Gauw vanuit Genderen de avond ervoor nog dat ding gehaald, daar heb ik de hele dag plezier van gehad.” Lenie kijkt naar Adrie: “En jij had heel de morgen gewerkt.” Adrie: “Ja, tot twaalf uur geploegd. 's Middags mijn trouwpak aangetrokken en jou opgehaald. We zijn getrouwd door burgermeester Slot. Toen naar de kerk en daarna feest in ’t Zwaantje!”

Iedereen was welkom

Ze krijgen drie kinderen: Helma, Cees en Regine. Adrie heeft succes met zijn bouwbedrijf en als het gezin in Kaatsheuvel in een groot huis gaat wonen, mag Helma een feest geven om de kinderen uit de buurt te leren kennen. Ook daarna blijft iedereen welkom. Klasgenootjes komen langs uit school om aan de keukentafel pannenkoeken en lammetjesvla te eten, neefjes en nichtjes kunnen altijd blijven logeren en 's avonds zijn er etentjes met vrienden, want Cees kan goed koken.

Regine krijgt een pony, die mag gewoon in de achtertuin staan. Ze heeft echt talent voor paardrijden en wordt uiteindelijk zelfs Nederlands kampioen dressuur. “We hebben boven nog een kamer vol bekers en oranje linten!” zegt Lenie. Wanneer Adrie het na een hartaanval rustiger aan moet doen, gaat hij samen met Regine paardrijden in de duinen. “Zondagochtend maakten ze lange ritten”, zegt Lenie. “Dan fietste ik 's middags naar ze toe, samen koffie drinken en een kroket eten bij Bosch en Duin.”

Oorlog

“We hebben veel meegemaakt“, zegt Lenie. Allebei moesten ze als kind in de oorlog evacueren, vanwege de bombardementen. Lenie was zeven. “Wij zaten in Andel”, zegt Lenie. ”In een huis tegenover de Blauwe kerk. Je mocht niet naar buiten maar op een avond deed ik het toch.“ Zo zag ze dat de notaris, die onderduikers had, werd opgepakt en doodgeschoten. “En bij een bombardement kwamen zestien mensen om, die lagen opgebaard in de kerk. Daar was ook een gezin bij uit ons dorp, met een baby. Hadden ze twee keukenstoelen tegen elkaar gezet en daar lag dat kleine kindje op. De anderen lagen eromheen. Die beelden vergeet ik nooit.”

Mooiste cadeau

“Een bewogen leven, maar we zijn er samen altijd bovenop gekomen,” zegt Adrie, terwijl hij naar Lenie kijkt. Ze valt even stil: “Ja…drieëntwintig jaar geleden werd ik ineens heel mager, darmkanker. Ik moest meteen geopereerd worden en daarna chemo. Dat ik er nog ben is een van de mooiste cadeaus die ik gekregen heb. Dus toen zei ik tegen Adrie, als we ons zeventigste jubileum halen, gaan we het groots vieren met iedereen!”

Dat grote feest was op zondag 11 januari, in ’t Maoske. Lenie en Adrie stralen. “Het zag er koninklijk uit!”, zegt Adrie. Bijna alle honderd-en-vijf genodigden waren er. Helma sprak, namens alle kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, haar ouders toe,: “Jullie begonnen met een gezin van vijf. Hoe mooi is het dat we nu zesentwintig namen kunnen noemen die allemaal graag bij opa en oma aan de keukentafel groen-met-witte-bonenstampot komen eten!”

Het geheim

Zeventig jaar! Hoe hou je dat vol? Lenie denkt na. “We zijn echt tegenpolen en kunnen best pittig zijn, maar dan praten we het uit. We proberen allebei om elkaar te begrijpen.” Adrie knikt: “Je kunt wel zeggen, lief zijn voor mekaar, maar da’s een beetje kletspraat, ga maar eens elke dag zeventig jaar lang lief zijn, maar je kunt wel elke dag goed zijn voor mekaar.”