Een geslaagd feest was het bij de Zwammenberg in De Moer. Daar vierden Ad en Jo van der Avoird hun diamanten bruiloft met familie, vrienden en kennissen. “Speeltuin voor de kinderen en de grijze kopkes konden meedeinen op muziek van een draaiorgeltje.”

Door Nicole Verhoeven-Speek

“De kinderen hadden ervoor gezorgd dat de draaiorgelman zou komen vanuit Oosterhout”, begint Jo van der Avoird enthousiast te vertellen. En lacht: “Allemaal grijze kopkes die aan het meedeinen waren op de muziek.” Jo en haar man Ad hadden alle reden voor een feestje. Op 18 juni waren zij namelijk zestig jaar getrouwd.

De Oosterhoutse Ad en de uit Raamsdonksveer afkomstige Jo leerden elkaar kennen toen Ad voor zijn werk stroom kwam aanleggen in het confectieatelier waar Jo werkte. Temidden van flanellen hemden en petticoats én heel wat jonge dames liet Ad zijn blik meteen vallen op Jo, voor hem was het liefde op het eerste gezicht. Maar Jo was niet meteen verliefd. Ad lacht als hij vertelt: “Die volgende dag moesten wij weer vroeg aan het werk. Om ons extra ritjes, ook zo vroeg in de ochtend, te besparen, bleven wij slapen in dat atelier. Ik zag die petticoats en dacht: ‘daar ga ik eens lekker op liggen’.” Bij binnenkomst de volgende dag keek Jo vreemd op. “Kijk daar, er liggen er drie te slapen.” Mogelijk was de slaapactie van de verliefde Ad mede bedoeld om het hart van Jo te veroveren. En dat deze gelukt is, moge duidelijk zijn. De twee kregen verkering.

Ad en Jo samen met hun Poolse vrienden, in hun midden de trouwfoto van 18 juni 1965.

Ad en Jo samen met hun Poolse vrienden, in hun midden de trouwfoto van 18 juni 1965.

Verhuizen

Jo vertelt verder: “Zoals dat in die tijd ging - verliefd, verloofd, getrouwd - verloofden wij ons na enkele jaren verkering in 1963.” Ad, die eind ’63 naar Kaatsheuvel verhuisde vanwege zijn werk bij de PNEM, tufte dus met zijn brommer door weer en wind vaak tussen Kaatsheuvel en Raamsdonksveer heen en weer. Op 18 juni 1965 was het zover. Ad van der Avoird en Jo Fijneman stapten met elkaar in het huwelijksbootje. Jo: “Toen ik naar Kaatsheuvel kwam, gaf ik Ad een half jaar. Daarna zouden we vast en zeker verhuizen. Ik was gewend om vrij te wonen, vrij uitzicht en hier hadden we een kleine achtertuin, waar onze buren aan weerszijde steeds doorheen liepen naar elkaar toe. Maar het is goed gekomen, zo blijkt. Ik raakte gewend en we wonen hier nog steeds. En met veel plezier.” Bovendien was Jo na een jaar in verwachting. Zoon Johan werd geboren en na een kleine twee jaar volgde dochter Mariska. “Inmiddels hebben we vier kleinkinderen, een achterkleinkind en een tweede achterkleinkind op komst!”

Trots op de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkind.

Trots op de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkind.

Genieten

Ad heeft zich sinds zijn pensioen, reeds lang geleden, nog geen dag verveeld. “Uren kan ik doorbrengen op zolder met mijn modeltreinen. Verder doe ik vrijwilligerswerk bij Ons Koor, al sinds de oprichting twaalf en een half jaar geleden. Ook heb ik twintig jaar in de kerk gewerkt, de kerststal opgebouwd en heb ik eten rondgebracht voor De Vossenberg.” Jo vult haar dagen graag met diamond painting, 3d-kaarten maken en fietsen. Jo: “Fietsen doen we samen, maar ik ga ook gerust alleen weg op de fiets. Daarin laten we elkaar vrij.” Dit is meteen een tip voor een lang en gelukkig huwelijk. “Niet constant op elkaars lip zitten.” Ad: “En geven en nemen.” Waar Ad en Jo samen nog altijd van genieten, zijn de ontmoetingen met het Poolse gezin, dat zij drieënveertig jaar geleden adopteerden. “In het weekjournaal stond een oproep hierover. In het begin stuurden wij pakketten naar Polen.” De eerste keer naar het gezin reisde Ad alleen, het jaar erop ging Mariska mee en daarna sloot ook Jo aan. “Een mooi avontuur!” En over hun zestigjarig huwelijk is het jubilerende echtpaar het eens: “Het is belangrijk om elkaar vrij te laten, maar ook om samen dingen te doen. We hebben een abonnement op de Efteling waar we regelmatig samen naartoe gaan, al is het voor een koffietje in de middag. Kortom, we genieten nog steeds van elkaar zolang we kunnen.”