Wie op 5 mei in de gemeente Loon op Zand rondkeek, zag het bekende recept: even stilstaan bij wat vrijheid kostte en daarna vooral dóór met het vieren. Alleen: de plek wisselt elk jaar. De ene keer staat het bevrijdingsvuur in Loon op Zand te branden, dan weer in De Moer, en dit jaar was Kaatsheuvel aan de beurt. Bij de Kapel van de Vossenberg werd het vuur plechtig ontstoken, terwijl eerder op de dag in de Dorpskamer in Loon op Zand de Vrijheidsmaaltijd mensen aan één tafel bracht. Twee kernen, één verhaal: vrijheid deel je samen.

Tekst en foto's door Jacques Bertens/Loonsfotowerk

Het bevrijdingsvuur: van Wageningen naar onze gemeente

Het Bevrijdingsvuur wordt elk jaar in de nacht van 4 op 5 mei in Wageningen ontstoken, bij de Stad der Bevrijding, waarna loop- en wandelgroepen het vuur in estafette naar hun eigen gemeente brengen. Dit vuur is niet zomaar een vlammetje: het markeert precies die overgang van herdenken naar vieren en herinnert eraan dat vrijheid niet vanzelfsprekend is.

Voor de Stichting Oranjevieringen gemeente Loon op Zand betekende dat: in de nacht op pad, richting Kaatsheuvel. De groep vertrok traditiegetrouw vanuit Wageningen, vanaf de omgeving van Hotel De Wereld, en legde ongeveer 75 kilometer af om het vuur naar de Kapel van de Vossenberg te brengen. Daar werd de aankomst vanaf 14.00 uur feestelijk opgeluisterd en stak burgemeester Davy Jansen het bevrijdingsvuur officieel aan.

Dat het zo soepel loopt, is geen toeval. Achter de schermen trekt een flinke club vrijwilligers aan de touwtjes. Een van hen is Maikel van der Velden, secretaris van Stichting Oranjevieringen en voorzitter van de werkgroep Koningsdag. “Oranjevieringen bestaat uit allerlei commissies; Bevrijdingsvuur is er eentje van”, vertelt hij. Samen met onder anderen Ad van Beek en Yvonne Grootswagers zorgt hij dat de estafette, de ontvangst en het programma op elkaar aansluiten.

Reservevlam

De groep lopers kwam de gemeente binnenlopen vanaf De Galgenwiel. Onder begeleiding van verkeersregelaars ging men eerst naar de Johannes de Doperkerk (ook bekend als de St. Jan). Op het voorplein werd daar de Nederlandse vlag uitgevouwen. Even waaide de fakkel uit, maar door aan te blazen werd de vlam vakkundig weer aangewakkerd. Er is overigens ook een 'reservevlam' in de vorm van een petroleumlamp.

Bij aankomst bij de Kapel werden de lopers ontvangen door de burgemeester en de kinderraad. Daarna werd “op een plechtige wijze de vlam ontstoken,” zoals Maikel het zegt. “Dan symboliseren we dat het herdenken van de doden overgaat in het vieren van onze vrijheid. Die we eigenlijk al 81 jaar mogen koesteren.”

Geschiedenis onder je voeten en saamhorigheid in de nacht

De tocht zelf is estafettewerk. De bedoeling is dat er gewandeld wordt, maar onderweg wordt er ook geschakeld als dat nodig is. “Er zijn busjes mee; als iemand het zwaar heeft of echt heel koud is, kan die even opwarmen”, legt Maikel uit. Het was dit jaar vooral fris, maar droog genoeg om door te blijven gaan. En dat maakt de sfeer, volgens hem: “Iedereen helpt elkaar. Het loopt als een Loonse trein.”

De groep verandert elk jaar: een vaste kern, een paar afvallers, nieuwe aanwas en soms oudgedienden die weer terugkomen. En wie eenmaal in Wageningen is geweest, snapt waarom. “Je staat voor Hotel De Wereld, waar die capitulatie getekend is. Dat is gewoon indrukwekkend”, zegt Maikel. Voor veel deelnemers is het juist díé combinatie, geschiedenis onder je voeten en saamhorigheid in de nacht, die maakt dat ze terug blijven komen.

En dan heb je de mensen die je op de route misschien niet meteen ziet, maar die wel zorgen dat iedereen het volhoudt: de chauffeurs van de busjes, de verzorgers bij tussenpunten en de vrijwilligers die koffie, soep en droge sokken regelen zodra het nodig is. Zonder die stille ‘pitcrew’ is zo’n nachtelijke estafette simpelweg niet te doen.

Achter de schermen: verzorgen, rijden en weer door

Coby Leermakers is zo iemand die je het liefst een stoel en een deken gunt, maar daar heeft ze op Bevrijdingsdag geen tijd voor. “Vanaf vanmorgen acht uur was ik erbij”, zegt ze nuchter. Zij wacht de lopers al jaren op bij Engelen (bij Den Bosch) en helpt ze daar op weg: even bijtanken, verzorgen en door. Hoeveelste keer? “Achtste of negende… achtste, ja.”

Naast haar zit Ad, haar man, die al zo’n zeven keer (en eigenlijk had het de tiende kunnen zijn, als corona er niet tussen had gezeten) bij de vrijheidsloop betrokken is. Organiseren zit in de familie, vertelt hij: materialen regelen, routes afstemmen, zorgen dat iedereen weet waar ‘ie aan toe is. “Ik organiseer graag en ik doe dat graag terug voor de gemeenschap van Loon op Zand”, is zijn eenvoudige verklaring.

Eén grote familie

Albert Dietvorst doet inmiddels voor het derde jaar mee rond de Vrijheidsloop in onze gemeente: “Ik heb de intocht in Loon op Zand gehad, De Moer en nu Kaatsheuvel.” Wat hem trekt? Vooral het moment in Wageningen. “Je komt daar aan… niet normaal. Al die plaatsen die daar aanwezig zijn. En dan ga je de fakkel ophalen en dan ga je lopen.”

Albert noemt de Vrijheidsloop 'één grote familieclub'. Dat merk je ook onderweg: busjes die pendelen, mensen die elkaar aflossen, verzorgers die klaarstaan. En als het even niet gaat, een knie die opspeelt, vermoeidheid die toeslaat, dan is er ruimte om een stukje mee te rijden en later weer aan te haken. Juist dat ‘samen uit, samen thuis’ maakt het volgens hem anders dan een gewone langeafstandstocht.

Onderweg kwam hij dit jaar ook militaire voertuigen tegen: zwaaien, toeteren, even contact langs de weg. “Bij een Kennedymars heb je dat niet”, zegt hij. En over stoppen is hij kort: “Volgend jaar weer. Net zolang je het kunt.”

Vrijheidsmaaltijd en kilometers maken

Dat vrijheid ook gewoon in een goed gesprek kan zitten, bleek in de Dorpskamer in Loon op Zand. Daar konden inwoners tussen 12.00 en 14.00 uur aanschuiven voor een Vrijheidsmaaltijd: binnenlopen, soep delen en met elkaar praten over wat vrijheid betekent. Centraal stond de Vrijheidssoep (dit jaar volgens recept van tv-kok Janny van der Heijden), inmiddels het landelijke symbool van samen eten en samen praten.

Een paar uur later zat dezelfde sfeer van samen doen óók in de kilometers. Elly van Beers had dit jaar extra reden om te glimmen: zij liep de hele tocht uit. “Totaal 74 kilometer”, vertelde ze; zonder busje, zonder fiets als alternatief. “Ik ben heel trots dat ik dit jaar heb mogen doen.”

Ook Ad van Beek is een bekende naam rond het bevrijdingsvuur. Hij liep dit jaar voor de negende keer mee en kijkt alvast vooruit: volgend jaar wordt het zijn tiende. Met zijn 79 jaar is hij er eerlijk over dat het tempo per jaar verschilt, maar meedoen blijft meedoen. En net als Maikel benadrukt hij hoe belangrijk de organisatie is: op tijd bij het programma zijn, onderweg kunnen bijwarmen, en als het te koud wordt even 'de kachel aan' in een busje, om daarna gewoon weer aan te sluiten.

Samen herdenken, samen vieren

Zo werd Bevrijdingsdag 2026 er eentje met twee ‘tafels’: de ene in de Dorpskamer, met soep en verhalen, en de andere langs de route van Wageningen naar Kaatsheuvel, met blaren, busjes en een vlam die bleef branden. Met dank aan alle lopers, verzorgers en vrijwilligers van Stichting Oranjevieringen die het elk jaar weer voor elkaar krijgen. Steeds in een andere kern, maar altijd met hetzelfde doel: samen herdenken, samen vieren. Wie meer wil weten of volgend jaar wil aansluiten, vindt het programma en contactgegevens via de kanalen van Stichting Oranjevieringen.