Een klein gezelschap, een groot TV-scherm en honderden foto’s. Woensdagavond 30 september nam Kees Stadhouders de bezoekers van de Dorpskamer Loon op Zand aan het Oranjeplein mee op een wandeling door ruim vijftig jaar Loon op Zand. Het werd een avond waarop de aanwezigen minstens zoveel vertelde als de spreker.

Door Jacques Bertens

Puur toeval

Kees is niet in Loon op Zand geboren. Hij groeide op in Tilburg en kwam als jongen alleen in het dorp als zijn moeder hem op de fiets naar een winkel aan de Hoge Steenweg stuurde. In de zomer van 1971 betrokken hij en zijn vrouw een nieuw huis in de Gagarinstraat. “Dit van Loon op Zand is puur toeval”, zegt hij over zijn verzameling. Toch loopt die in de duizenden.

Zijn eerste foto’s laten zien hoe leeg het er toen was. Een opname uit 1970 toont zijn vrouw op de bouwplaats, met op de achtergrond vrij uitzicht op de kerk. Alleen de Ruimtevaartstraat en de Collinsstraat stonden er al. Waar later de Andromeda en de Ursa Minor kwamen, graasden nog paarden. “Zo lang wonen we hier al. We kunnen er een beetje over mee praten.”

Het dorp vult de gaten

Omdat Kees niet in Loon op Zand is opgegroeid, geeft hij grif toe dat hij niet elke straatnaam paraat heeft. Dat bleek geen probleem. Bij bijna elke foto klonk uit de zaal een naam, een herinnering of een verbetering. Een winkelpand kreeg zo in een paar minuten zijn complete geschiedenis terug, eigenaar na eigenaar.

Zo trok de Bergstraat voorbij, toen er nog vijf blokjes woningen stonden in plaats van vier, met op de achtergrond de leerfabriek van de gebroeders Van Esch. Bij sporthal De Wetering vertelde Kees lachend over de keer dat de W en de E van de gevel waren verdwenen. Bij de Kiosk liet hij een opname uit 1970 zien, compleet met regenboog, en daarna de verbouwingen die volgden.

Een herberg die niemand kende

Een van de mooiste momenten kwam bij een oude foto die Kees ooit fotografeerde in het archief in Tilburg. Er staat een herberg op waar reizigers tussen Breda en Den Bosch hun paarden konden laten verzorgen. Later verrees op die plek een bankgebouw. Een bezoekster uit een oude Loonse familie keek ernaar met open mond. “Bij ons zijn ze allemaal gek van oude foto’s. Maar dit hebben ze nog nooit gezien.”

Ook de omgeving van Het Witte Kasteel kwam uitgebreid aan bod: het Zaadhuisje, de ruïne die nooit een echte ruïne was, en een luchtfoto uit 1920 waarop de Castellanie, Villa Rosa, de kerk en de pastorie nog in hun oude samenhang te zien zijn. Bij de rotonde op de weg van Tilburg naar Loon op Zand wees Kees op de oude bestrating die er volgens hem nog altijd onder het asfalt ligt, uit de tijd dat naast die weg de tram tussen Tilburg en Waalwijk reed.

Van gasrekening tot Venloene

Tussen de foto’s door kwamen de verhalen vanzelf. Een bezoeker vertelde hoe hij in zijn appartementje een verdacht hoge energierekening kreeg, terwijl de buren bijna niets betaalden. In het tweede jaar dat de meters werden opgenomen, kwam de oorzaak aan het licht: de meters waren verwisseld. Voor de buren was dat een tegenvaller, voor hem en zijn partner een leuke meevaller.

Van de sloop van de oude Venloene en de bouw van het nieuwe woonzorgcentrum heeft Kees thuis nog honderden foto’s. Hij vertelde dat onder de dakbedekking van het oude gebouw een laag stro als isolatie zat. Ook maakte hij ooit scans in het fraterhuis in Tilburg. Op een gescande foto waren fraters te zien die in het klooster in de Kloosterstaat verbleven. Een leuk detail was dat hem gebleken wat dat zieke fraters vroeger naar Loon op Zand kwamen om te herstellen.

Een stukje historie

Na de laatste foto wees Kees zelf naar de muur van de Dorpskamer. Daar hangt een luchtfoto van Loon op Zand uit 1948, die zijn verhaal nog eens mooi ondersteunde. Toen hij afrondde, was het precies negen uur, de aangekondigde eindtijd. “De timing, joh”, klonk het uit de zaal. Kees haalde zijn schouders op. “Dat is puur toeval, hoor.”

De presentatie maakte deel uit van de Meedoen Weken in de gemeente. Dat er niet meer mensen op afkwamen, vonden de aanwezigen jammer. “Als mensen zich hadden gerealiseerd wat er te zien was, dan waren er veel meer gekomen”, zei een van hen bij het dankwoord. “Want het is echt een stukje historie van Loon op Zand.”