Het zicht is nog slechts 32 procent, maar het gehoor van Jan van Laarhoven – 29 juli wordt hij 83 jaar – is nog altijd prima en dat is een zegen, want muziek speelt een belangrijke rol in zijn leven. Maar liefst 68 jaar was hij een actieve, gedreven en zeer getalenteerd muzikant. Hij speelde klarinet, piston, bariton, tenorsax, stringbas en hoorn totdat hij vanwege de oogziekte Syndroom van Charles Bonnet niet meer mocht blazen. De grote trom, bekkens en percussie werden een dankbaar alternatief. “Ik speelde puur op mijn gevoel, want ik kon de noten niet meer lezen”, bekent Jan, die op zijn 80ste een punt zette achter zijn succesvolle actieve muziekperiode. Op 6 juni is hij 70 jaar (ere)lid van De Koninklijk Erkende Harmonie Kaatsheuvel. Een uitzonderlijke mijlpaal met bijzondere verdiensten die Jan van Laarhoven een edelsteen van de harmonie maakt.
Door Maurice van Overbeek
Veel tradities verdwenen
Niet alleen het gehoor, maar ook het geheugen heeft Jan van Laarhoven niet in de steek gelaten. Hij kan als geen ander gedetailleerd en vol anekdotes vertellen over een harmonietijdperk dat in al zijn facetten is veranderd. Als vereniging binnen de samenleving, qua uniform/kleding en vooral voor wat betreft de muziek. “De harmonie heeft zich als cultureel en sociaal fundament aan de steeds complexere samenleving aangepast”, concludeert Jan die alle veranderingen soms met pijn in het hart heeft beleefd. “Er zijn veel tradities verloren gegaan waarvoor de jeugd in de huidige tijd niet meer warm te krijgen is. Vroeger was de harmonie bij alle activiteiten in het dorp betrokken. Processies, kermis, dauwtrappen, marcheren op straat en serenades, het is op een paar uitzonderingen na niet meer aan de jeugd besteed“, zegt Jan begripvol. “Want de tijden zijn drastisch veranderd.”
Jeugd heeft volop keuze
“Er is tegenwoordig veel meer vereist dan alleen muziek maken om jeugd te boeien en te binden”, beseft Jan van Laarhoven. “Vroeger had je de keus tussen muziek en voetbal. En afhankelijk van waar je vader werkte en bij welke club hij en zijn familie waren aangesloten, daar kwam ook jij terecht. Tegenwoordig heeft de jeugd volop te kiezen. Ze willen teveel tegelijk en dan wordt het allemaal niks.” Een dik compliment geeft Jan in dit verband aan de Opleidingscommissie die met scholenprojecten, kamp, film-, spel- en verrassingsavonden veel kinderen voor het bespelen van een instrument heeft weten te interesseren. “Zoveel jeugd binnen de club, daar mag de harmonie trots op zijn”, herhaalt Jan van Laarhoven, die ook de tijd heeft meegemaakt dat in Kaatsheuvel van drie grote harmonieën nog maar 13 muzikanten overbleven. “En dan is het prachtig dat er nu een harmonie floreert met 133 leden verdeeld over drie orkesten en twee slagwerkgroepen.”
Uniform afgeschaft
Dat de meeste harmonieën vrijwel niet meer de straat op gaan, vindt Jan van Laarhoven jammer. “Omdat je je als vereniging zo kunt laten zien.” Tegelijk zegt hij het ook logisch te vinden dat het accent nu vooral ligt op bijzondere concerten, themaprojecten en buitenoptredens op locatie zoals bij de dodenherdenking en het inhalen van de Avonddriedaagse. “De meeste mensen hebben geen benul hoe duur de instrumenten zijn en de financiële consequenties van het spelen met instrumenten in weer en wind.”
Een duur kostenplaatje is voor de meeste muziekverenigingen ook het uniform. Jarenlang gingen de muzikanten in Kaatsheuvel gekleed in een blauwe, later bordeaurode jas met grijze broek of plooirok. “Die plooirok was voor veel vrouwen en meisjes een verschrikking”, weet Jan als geen ander. “Mijn dochter Nancy was de eerste van de vrouwen die door Maria Vermeij een broek kreeg aangemeten. Iedereen binnen de harmonie was hartstikke blij toen het bestuur besloot om het uniform af te schaffen en voortaan in het zwart te gaan optreden. Zo kan iedereen zich nu naar eigen inzicht en smaak kleden.”
Als slagwerker bleef Jan van Laarhoven actief toen hij vanwege een oogziekte niet meer mocht blazen.
Muziekkeuze veranderd
De grootste verandering die Jan in de afgelopen 70 jaar bij de harmonie heeft ervaren is de muziekkeuze. “Vroeger stond er vooral voor harmonie en fanfare bewerkte klassieke muziek, ouvertures, symfonieën, opera en operettemuziek en marsen op de lessenaar. Tegenwoordig is de muziek meer afgestemd op de interesses van het grote publiek.” Op de maandagavonden, wanneer hij als luisteraar de repetities van harmonie Kaatsheuvel bijwoont, kreeg Jan onder de verschillende dirigenten een breed scala aan muziek voorgeschoteld. Pop, licht klassiek, film en musicalmuziek. Maar ook traditionele harmoniestukken, concourswerken en marsen. “Dat wat de muzikanten en het grote publiek prettig vinden, moet op de lessenaar”, zegt Jan stellig. Zelf is hij met alle nieuwe muziek mee gegroeid. “Ik vind alle muziek fijn, maar het moet wel goed uitgevoerd worden.”
Bondsconcoursen
Als gelouterd muzikant heeft Jan van Laarhoven de verplichte bondsconcoursen altijd als een muzikaal hoogtepunt, maar ook als een crime ervaren. “We werkten ruim een half jaar naar zo’n concours toe. De rivaliteit was groot en elke muzikant werd er beter van. Maar het heeft ook veel harmonieën kapot gemaakt. Maandenlang dezelfde stukken. De sfeer en het plezier leden eronder”, heeft Jan ervaren. De voorbereiding op het concours zoals die tegenwoordig plaatsvindt heeft zijn instemming. “Omdat zorgvuldig het plezier in repeteren in de gaten wordt gehouden.” Jan: “Het komt het samenspel ten goede en tilt het orkest naar een hoger niveau. Daar is wel aanleg, discipline en doorzettingsvermogen voor nodig.”
Groot muzikant
Jan van Laarhoven, die beroepsmuzikant wilde worden, zegt met enige nadruk dat hij elke dag minimaal een uur studeerde op zijn instrument. Vooral in de middagpauzes van de schoenfabriek waar hij werkte. Het vormde Jan van Laarhoven tot een groot muzikant, die bij solistenconcoursen meerdere prijzen in de wacht sleepte. Hij behaalde de eerste prijs met het 3e hoornconcert van Mozart en later in 1959 won hij op trompet met de Terrazinaklanken van Verdi’s opera Un Ballo in Maschera de eerste prijs met lof van de jury in de afdeling uitmuntendheid. Jan kon op meerdere instrumenten goed uit de voeten en bewees dat destijds bij Euphonia, de Harmonie Kaatsheuvel en de Loonse harmonie Concordia, de band The Blue Birds en het Seniorenorkest De Langstraat en Omstreken waar hij tot zijn tachtigste actief muziek maakte.
“Mijn leven is geslaagd als ik straks met mijn neus omhoog lig. Muziek heeft altijd een heel belangrijke rol gespeeld”, zegt Jan als hij terug kijkt op zeventig jaar lidmaatschap van Harmonie Kaatsheuvel, waarvoor hij op 6 juni gehuldigd wordt.
