Vrede. Het woord viel na Prinsjesdag opeens weer in de Tweede Kamer. Na alle pleidooien voor meer investeringen in defensie klonk ook de oproep: ‘Het moet toch ook een keer vrede worden? Hoe zetten we ons daarvoor in?’ Het leek bijna vloeken in de kerk. Hoezo vrede? Er is zoveel dreiging in de wereld, zeker vanuit Rusland. Maar zonder dat te ontkennen mag je toch ook de vraag stellen: hoe zorgen we ervoor dat het weer vrede wordt?

Hoewel we tachtig jaar in vrede hebben geleefd, lijkt praten over vrede opeens bijna taboe. De bedreigingen zijn immers groter geworden. En we staan toch aan de rand van een oorlog? Laten we onszelf niet voor de gek houden. We zíjn in oorlog. Met onze steun aan Oekraïne zijn we misschien juridisch niet, maar feitelijk wel betrokken. Die oorlog komt ook ons land binnen met hacks, bedreigingen van onze infrastructuur en desinformatie op sociale media. Die dreiging is niet te ontkennen. Maar de roep om vrede ook niet. We hebben geen keus.

Vrede is namelijk niet een keuze. Vrede is de enige optie. Je kunt niet met elkaar blijven strijden. Dat beseft iedereen die ruzie heeft thuis, in onmin leeft met collega’s of wrok koestert tegen de buren. Niet omdat die ander verdient dat je het goedmaakt. Je zult wel voldoende redenen hebben! Maar het vreet je op. Het maakt je leven zwaarder, grimmiger en liefdelozer.

Strijd maakt ons blind met het idee dat wij de ander onze wil kunnen opleggen. Want wij hebben gelijk. Maar zelfs als dat zo is: is het niet een illusie dat een ander zegt: nu je het zegt, je hebt gelijk!? Gelijk hebben en gelijk krijgen zijn twee verschillende dingen. De kunst is ermee om te leren gaan dat we niet altijd gelijk krijgen.

En al die verschrikkingen dan? Natuurlijk kunnen we die niet laten gebeuren. Natuurlijk moet je daartegen in het verweer komen. Maar je zult ergens in die strijd moeten inbouwen dat die strijd ook weer voorbij moet gaan. Dat je verder moet. Mét elkaar. We zijn buren. We hebben met elkaar te maken.

Daarmee geef je de ander geen gelijk en komt die ander niet zomaar met onrecht weg. Maar je zult al ín de oorlog moeten inbouwen dat het weer vrede móet worden. En ook dat vraagt een investering. Want vrede heb je niet zomaar.

Vrede is misschien wel veel lastiger dan oorlog. Oorlog gaat over de ander, op wie je boos bent en die je bestrijdt. Vrede gaat ook over jezelf. Het is een innerlijk proces. In mijn beleving ook een spiritueel proces. Het vraagt loslaten, bijvoorbeeld van het verlangen dat de ander zal boeten. Niet meer de ander verslaan, maar leren met die ander om te gaan.

Vrede vraagt dat je naar binnen kijkt. En dat maakt vrede zo ingewikkeld: dan ben je zelf in het geding. Dat is niet toegeven. Het is uiteindelijk, als het kwaad in bedwang is, je durven overgeven aan een leven zonder strijd. Waarin je elkaar weer in de ogen kunt kijken.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Die weg terug kan lang zijn. Maar het is de enige optie. Vrede is de enige optie. Daarom vraagt deze tijd om bidden en zingen voor vrede, zoals we in deze Vredesweek doen. Want als ik geen vrede in mijzelf voel, kan ik ook niet in vrede leven met de ander.

Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com. Op zaterdagavond 26 september om 19.30u kun je meedoen met ‘Zingen voor vrede’ in de Ambrosiuskerk.