‘Challenge me maar, dat is goed’, zei de burgemeester tijdens de lunch. We hadden een mooi gesprek op het stadhuis. Verschillende vertegenwoordigers van religieuze organisaties kwamen af op de uitnodiging van onze burgemeester. Ze wilde eens verder kennismaken. Wij kenden elkaar al en deze burgemeester presteert het steeds weer snel nieuwe mensen te leren kennen. En toch ging er een wereld voor haar open. We waren een mooi bont gezelschap.
Dominees, bestuurders, diakenen van kerken en een bestuurslid van een van onze moskeeën spraken over thema’s die hen bezig houden. En dat ging verrassend veel over de maatschappelijke thema’s die in het hele land spelen, alleen vaak in hun specifieke religieuze contexten. Zo kwam de woningnood in Capelle op een specifieke manier ter sprake, omdat kerken daar jonge stellen zien wegtrekken naar andere woonkernen met een hechte orthodox-christelijke gemeenschap, omdat ze in Capelle zelf geen woning kunnen vinden. In alle diversiteit, die ook in deze bijeenkomst te zien was, trekken mensen in deze specifieke gemeenschappen graag naar elkaar toe en blijven bij elkaar, of zoeken een gelijkgestemde gemeenschap. Zo had ik nog niet tegen de ‘woningnood’ aangekeken.
De Jehova’s getuigen vertelden over wat ze áchter de voordeur horen. Ze vroegen aandacht voor de mentale gezondheid van jongeren, waarvoor ze zelf ook programma’s ontwikkelen. De burgemeester daagde uit eens na te denken over de mogelijkheden om haar in te zetten om in gesprek te komen met jongeren. "Tot mijn eigen verbazing, zie ik dat een ambtsketen ook bij jongeren wat doet", zei ze. De vertegenwoordigers hielden zich wat op de vlakte. Het blijkt al moeilijk intern over dit soort thema’s in gesprek te gaan, laat staan dat je dat met ‘anderen’ moet gaan doen in een andere setting.
Zo bleef iedereen toch een beetje in zijn eigen gemeenschap hangen. Dat was misschien wel een beetje jammer. Aan de andere kant maakte het ook zichtbaar dat gemeenschappen met dezelfde thema’s bezig zijn op hun manier en niet per definitie tegenover elkaar staan. Ook niet als we anders in het leven staan.
Eén zwartgeklede broeder vroeg om aandacht voor het belang dat zijn achterban hecht aan de zondagsrust. De opmerking van de burgemeester dat anderen daar anders over denken, triggerde me. "Challenge me maar", zei ze uitdagend. "Deze man vertegenwoordigt een minderheid", zei ik. "Dat is duidelijk. Maar dat betekent niet dat we daar geen rekening mee hoeven te houden. We leven in een tijd waarin mensen ‘hun mond moeten houden’ als anderen verkiezingen winnen, of in de meerderheid zijn. Maar zo werkt democratie niet." De burgemeester beaamde dat: "De basis van democratie is dat je regeert bij meerderheid, met inachtneming van de belangen van de minderheid", concludeerde ze. En zo is het.
De man hield me staande bij de deur. "Dit raakte me, weet u dat? Dat u dat zo zegt." Ik zei tegen hem: "Omdat dit is waar ik voor sta, ongeacht of ik het met u eens ben."
Tegelijkertijd vind ik het ook lastig om hiervoor te staan. Want het wordt zo gauw politiek. En dat bracht ik ook ter sprake. En hierin werd duidelijk hoezeer ook een burgemeester zich op glad ijs moet begeven om neutraal te blijven. We moeten het dus ook vooral zelf doen en voordoen. Elkaars waarheid niet tegenstaan, maar ook waken voor leugens, elkaar scherp houden en uitdagen. Daarom komen we binnenkort weer samen. Die handreiking hebben we alvast allemaal aangepakt.
Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.
