Aangenaam. Mijn naam is Margje Oerlemans-Laros. Onder leerlingen beter bekend als juf Margje, juffrouw, juf, juuuhuuuff of soms zelfs mama of opa. Inderdaad, ik ben leerkracht. Trotse leerkracht van groep 5 en groep 8 bij OBS Den Bussel. Graag neem ik jullie mee in mijn leven als leerkracht.

Het mooiste aan een nieuw begin is dat je nog even kunt doen alsof je het dit keer wél allemaal onder controle hebt.

Daar sta ik dan. Eerste schoolweek. Werkboeken die ruiken naar vers gedrukt papier, frisse gezichten die bruin zijn geworden van de zomerzon, een lokaal dat nog ruikt naar schoonmaakmiddel en goede voornemens. De tafels staan recht. De potloden zijn geslepen. De dagplanning hangt keurig op het bord. En ergens in je achterhoofd weet je: dit duurt ongeveer tot 08.47 uur.

Maar wat is het heerlijk, zo’n nieuw schooljaar. Na zes weken vakantie stap je weer de school binnen met het optimisme van iemand die werkelijk denkt dat hij dit jaar eens rustig gaat beginnen. Ik heb alles voorbereid, denk je. Ik heb een planning. Ik heb doelen. Ik heb een overzichtelijke weektaak. En dan komen de kinderen.

Groep 5 komt binnen als een vrolijke wervelwind. Iedereen heeft iets te vertellen. Over de vakantie. Over de camping. Over de nieuwe fiets. Over een tand die eruit is. Over een tand die er bijna uit is.

Groep 8 is van een ander kaliber. Die komen binnen met de houding van mensen die de basisschool inmiddels volledig doorzien. Ze zijn groot. Nou ja, meestal. Sommigen steken inmiddels boven mij uit, wat ik persoonlijk beschouw als een pedagogisch probleem.

“Juf, krijgen we vandaag huiswerk?”

“Jij wel, omdat jij zo fanatiek bent.”

“Nee, ik vroeg het gewoon.”

Groep 8 is tegelijkertijd nog kind en bijna brugklasser. Ze willen serieus genomen worden, maar kunnen vijf minuten later in een discussie verwikkeld raken over wie er af is bij stiltebal. Ze praten over de middelbare school alsof ze volgende week hun eindexamen doen, terwijl ze hun drinkbeker nog regelmatig vergeten. En ergens daartussenin beweeg ik. Van breuken naar brugklas. Van 'Juf, hij deed dit!' naar 'Hoe werkt de persoonsvorm ook alweer?' Van een veterstrikprobleem naar een diepgaand gesprek over de toekomst.

Het is een wonderlijk vak. Want op een basisschool gebeurt eigenlijk alles tegelijk. Terwijl je uitleg geeft over kommagetallen, valt er ergens een gum op de grond. Iemand moet naar de wc. Iemand anders heeft zijn lunch thuis laten liggen. De printer doet het niet. De conciërge zoekt een tas. Een ouder staat met een vraag aan je bureau. Je krijgt een bericht in Parro. Je probeert ondertussen te onthouden of je de gymtas nu wel of niet hebt klaargezet.

En dan vraagt een leerling: “Juf, wat gaan we eigenlijk doen vandaag?” Je kijkt naar je zorgvuldig voorbereide planning. Je kijkt naar de klas. Je kijkt nog één keer naar je planning. “Nou…” Improviseren dus.

Toch is juist dat misschien wel het mooiste van een nieuw schooljaar. Je weet nog niet precies wat er gaat gebeuren. Welke leerling je gaat verrassen. Wie ineens enorme sprongen maakt. Wie na drie weken eindelijk durft te vertellen dat hij iets niet begrijpt. Wie uitgroeit tot een fantastische schrijver, rekenaar, sporter, helper of een ontzettend fijne klasgenoot.

Ik neem me voor om rustig te blijven, alles goed te plannen en vooral niet te veel te vergeten. De kinderen nemen zich waarschijnlijk voor om goed op te letten. We weten allemaal dat geen van ons beiden dat gaat volhouden. Maar we gaan het wel proberen. En dat is misschien precies waar een nieuw begin om draait. Niet dat je alles onder controle hebt. Maar dat je elke ochtend opnieuw begint met het vertrouwen dat het uiteindelijk wel goed komt. En meestal komt het dat ook. Soms met een keurige planning. Soms met een half opgegeten appel op je bureau. En soms gewoon met een heleboel gelach.

Mijn leerlingen, mijn klas. En ik mag hun juf zijn. Hun trotse juf.