Aangenaam. Mijn naam is Margje Oerlemans-Laros. Onder leerlingen beter bekend als juf Margje, juffrouw, juf, juuuhuuuff of soms zelfs mama of opa. Inderdaad, ik ben leerkracht. Trotse leerkracht van groep 7 bij OBS Den Bussel. Graag neem ik jullie mee in mijn leven als leerkracht.

Oké, ik ben niet meer de jongste juf, maar zeker ook niet de oudste. Toch voel ik me weleens stokoud als ik denk dat mijn leerlingen overal een oplossing voor weten.

Een Chromebook die vastloopt? Binnen drie seconden zijn er vier leerlingen die roepen dat je even op escape, refresh én 'iets met control' moet drukken. Een YouTube-filmpje terugvinden van drie jaar geleden? Geen probleem. Maar vraag eens 'Zoek de betekenis van het woord principiële op' en je ziet lichte paniek ontstaan.

“Hoe kun je de betekenis van een woord opzoeken?”

“Op ChatGPT?”

“Oke. Doe maar.”

Een paar minuten later...

“Juf, ik snap het nog steeds niet.”

“Oké, misschien kun je een woordenboek gebruiken?”

“Pff, nee, te moeilijk. Zo graag wil ik het niet weten.”

Het blijft fascinerend. Deze generatie kan een Minecraft-dorp bouwen met een ondergronds metrosysteem, maar een woord op alfabet zoeken voelt soms alsof ik ze vraag een IKEA-kast zonder handleiding in elkaar te zetten.

Laatst gaf ik een leerling een woordenboek. Echt zo’n ouderwets dik ding van papier. Hij bladerde erdoorheen alsof ik hem een archeologische vondst had overhandigd. “Hoe weet je waar je moet beginnen?” vroeg hij serieus. Ik voelde me ineens ongeveer 94 jaar oud.

Toch zit daar ook iets moois in. Want zodra ze het doorhebben, ontstaat er trots. Echte trots. Alsof ze persoonlijk een wetenschappelijke ontdekking hebben gedaan. “Juf! Ik heb het gevonden!” En eerlijk: dat enthousiasme krijg je zelden bij een ingevuld werkblad.

Zelfredzaamheid zit blijkbaar niet alleen in grote dingen. Niet alleen in zelfstandig plannen of je huiswerk onthouden. Soms begint het gewoon bij durven zoeken zonder dat iemand meteen het antwoord voorzegt.

En misschien zijn we daar als volwassenen ook wel een beetje schuldig aan. We leven in een tijd waarin alles snel moet. Als een kind drie seconden nadenkt, hebben wij de neiging om het antwoord al te geven. Gemak is overal. Ik betrap mezelf er ook weleens op dat ik sneller iets voorzeg dan dat ik wacht.

Dus oefenen we. Met woordenboeken. Met zelf nadenken. Met eerst proberen voordat je roept: “Juf, ik snap het niet.”

En eerlijk is eerlijk: ze komen er wel. Op hun eigen manier. Soms met omwegen, soms met veel gezucht en soms met tien compleet verkeerde pagina’s eerst. Maar uiteindelijk vinden ze dat woord. En iedere dag zijn er meerdere momenten waarop ik denk: dit is waarom ik dit werk graag doe. Mijn leerlingen, mijn klas. En ik mag hun juf zijn. Hun trotse juf.