Bij het Indiëmonument bij het Anton Pieckplein in Kaatsheuvel werd zaterdag 15 augustus stilgestaan bij het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden. De herdenking, georganiseerd door Stichting Oranjevieringen en de gemeente Loon op Zand, was ingetogen, maar zeker niet afstandelijk. De kransen, de vlag en het Wilhelmus hoorden erbij. De persoonlijke verhalen zorgden ervoor dat de oorlog in Nederlands-Indië weer heel dichtbij kwam.
Door Jacques Bertens
Foto's door Loonsfotowerk
Een bijeenkomst vol herinnering
Vanaf Het Klavier liepen belangstellenden naar het monument, waar veteranen, nabestaanden, vertegenwoordigers van organisaties en inwoners samenkwamen. De verhalen die verteld werden van 81 jaar geleden bleken nog altijd dichtbij en verrassend levend.
Gerdy Zijlmans leidde de bijeenkomst en benoemde waarom blijven vertellen zo belangrijk is. Ze verwees naar het gedicht dat ook bij de nationale herdenking in Den Haag klinkt: 'Er leven niet veel mensen meer die het nog na kunnen vertellen'. Die zin bleef hangen. Niet zwaar aangezet, wel raak.
Loes Heijs: als bestuurder én als dochter
Locoburgemeester Loes Heijs sprak namens het gemeentebestuur, maar ze deed dat ook heel persoonlijk. “Ik sta hier vandaag als locoburgemeester, maar ook als dochter”, zei ze. Haar vader Sjaak Schouten, geboren in 1930 in Magelang, maakte de Japanse bezetting als kind mee. Eerst was er nog een jeugd met fotoalbums vol zon, uitstapjes en sportwedstrijden. Daarna kwam het kamp.
Haar vader kwam in een jongenskamp terecht, tussen uitgeputte mannen en de dood die daar dagelijks aanwezig was. Heijs vertelde hoe hij lichamen moest wegbrengen, terwijl hij eigenlijk nog een kind was dat bescherming nodig had. “De bezetter noemde hem een man, maar hij was nog altijd een kind”, klonk het.
Peggy Scholte: Nagasaki door de ogen van haar vader
Peggy Scholte vertelde over haar vader Ronald Scholte, die als jonge militair werd opgeroepen, krijgsgevangene werd en via Java, Singapore en Changi naar Japan werd gebracht. Ze vertelde het niet zoals het in een geschiedenisboek staat geschreven, maar zoals hij het zelf heeft beleefd. Daardoor werd het grote oorlogsverhaal kleiner en menselijker: afscheid op een station, berichten over Japanse overwinningen, kampen en transport.
In Nagasaki werkte haar vader onder zware omstandigheden bij Mitsubishi. Honger, kou en ziekte hoorden bij het dagelijks leven, maar er was ook kameraadschap. Op 9 augustus 1945 stond hij bij een tunnel toen de atoombom viel. Hij herinnerde zich 'een verblindende lichtflits' en een explosie die de aarde deed schudden. Daarna zag hij dat ook gewone Japanse burgers slachtoffer waren. Op dat moment verdween zijn haat.
Peter Flohr: vrijheid zonder rechte lijn
Peter Flohr plaatste 15 augustus in het langere verhaal van Indische Nederlanders. Voor veel families betekende het einde van de oorlog niet dat de rust meteen terugkeerde. Zijn vader kwam terug uit krijgsgevangenschap in Japan, zijn moeder had vrouwenkampen overleefd. Daarna volgden de Bersiap, de strijd om Indonesische onafhankelijkheid en de moeilijke vraag: blijven of vertrekken?
Flohr vertelde hoe zijn gezin in december 1954 met de Oranjes naar Nederland vertrok. De aankomst in Amsterdam viel in de kerstnacht, met kou, sneeuw en een pension als eerste onderkomen. “Het was een complete omwending in ons leven”, zei hij. Veel repatrianten vonden in Nederland een plek, maar zich thuis voelen was niet vanzelfsprekend.
Kransen, vlag en stilte
Na de toespraken volgde de kranslegging. De melati, de Indische jasmijn, staande voor respect, betrokkenheid en medeleven en ook zonnebloemen kregen een plek in de kransen, als teken van licht, kracht, veerkracht en verbondenheid. Daarna werd de Nederlandse vlag gehesen en klonk het Wilhelmus. Veteranen brachten een groet. Het werd even stiller dan daarvoor.
Verhalen die blijven bewegen
De herdenking eindigde met ontmoeting en een maaltijd. Dat paste goed bij de toon van de ochtend: herdenken gaat niet alleen over terugkijken, maar ook over elkaar blijven vinden. In Kaatsheuvel kregen namen, foto’s en persoonlijke herinneringen opnieuw ruimte. Niet groots aangezet. Wel indringend.
