Voor molenaar René Broos uit Heusden zit het draaien van de wieken volledig in zijn DNA. Met ambitie is hij vaak met ‘zijn’ stadsmolens in Heusden letterlijk ‘in de weer’.

Door Hans van den Eeden

“Het is en blijft bijzonder om met natuurelementen en techniek je passie te ontwikkelen. We doen dit samen met een ambitieus team van vrijwillige molenaars.” Dit is de ervaring van René Broos, stadsmulder van de vesting Heusden. Gedreven vertelt hij dat de drie standerdmolens bij de historie van vestingsteden horen. Immers, als een vesting belegerd was, moesten de bevolking en de soldaten zichzelf kunnen redden. “Soms werden de molens bij een belegering ingezet om de vijand te misleiden. Door de molen bij gebrek aan graan toch te laten draaien, werd de suggestie gewekt, dat er voldoende meel aanwezig was.” Dit wordt het ‘draaien van de prins’ genoemd. Basis voor een molen is een stevige onderbouw. De stenen blokken waarop de molens staan, worden ‘teerlingen’ genoemd. Broos vertelt, dat deze onderbouw de houten standaard van de bovenbouw steunt en draagt. Het gehele molenlichaam wordt door de molenaar in de wind gekruid. Om de molen heen staan daarom ‘kruipalen’. Het is belangrijk, dat er geen bomen of gebouwen in de omgeving staan. Historische basis voor de molens zijn de windrechten. De molens zijn uitgerust met een stevig maalwerk. Hiermee kan desgewenst tarwe worden gemalen. Het onderste deel van de molen is de meelzolder. De opleiding tot molenaar duurt 1.5 tot 2 jaar. Tijdens deze periode moet een molenaar tijdens alle seizoenen ervaring opdoen. Naast theorie wordt er tijdens de opleiding veel praktische ervaring opgedaan.

Symboliek

Hierbij komen thema’s als de stand van de wieken aan de orde. Naast techniek is hierbij ook sprake van veel symboliek. Zo is er een ‘vreugdestand’. Deze wordt vaak gebruikt bij verjaardagen of bij de geboorte van een baby van de molenaar. Ook is er een ‘rouwstand’. Deze wordt bij het overlijden van een familielid gebruikt. Bij hoogtijdagen worden de molens met vlaggetjes of soms met verlichting versierd. Als de wieken in de ‘plusstand’ staan, dan is de molenaar klaar om de wieken te draaien.

Belangrijk is het onderhoud van de molens. Omdat de drie standerdmolens eigendom van de gemeente zijn, is er een onderhoudsplan. Tijdens een inspectie in 2015 bleek dat houtworm en de bonte knaagkever vrij spel hadden. Gemiddeld maakt een molen jaarlijks meer dan 35 duizend wiekomwentelingen. Onderhoud en het regelmatig draaien, is het behoud van de molens.

Graag geven molenaar René Broos en zijn team uitleg aan bezoekers en delen hun hobby. Voor hen zijn de Nationale Molendagen en de Monumentendag hoogtepunten van het jaar. Regelmatig klimmen, springen en sjouwen de molenaars in de molens. Ook hebben de molenaars geen last van hoogtevrees. Zij kennen iedere vierkante centimeter.

Cultuurhistorie

De combinatie van techniek, cultuurhistorie, weer en wind en duurzaamheid spreekt hen sterk aan. Wil de molen kunnen draaien dan is het noodzakelijk dat de molen ook wind kan vangen. De drie molens staan aan de noordelijke stadswal, omdat daar de meeste wind vandaan komt. Wisselende weersomstandigheden vragen om vakmanschap van de molenaar. Met het wijsje ‘Daar bij die molen’ in het hoofd, gaat bij iedere tree op de steile trap het hart sneller kloppen. Eenmaal boven volgt de grote beloning: het fraaie uitzicht over de Bergsche Maas. De drie molens staan bij de Stadshaven, de Waterpoort en nabij jachthaven De Wiel. Bij de restauratie van de vesting in 1970 besloot het gemeentebestuur van Heusden om de molens te herbouwen. Zo werd de molen aan de stadshaven in 1971 met een onderdeel van een gesloopte Belgische standerdmolen uit Lommel verbouwd. De molen aan de Waterpoort werd in 1973 en de molen aan de Wiel werd in 1975 voltooid. De molen aan de Stadshaven heeft het meeste bekijks. Toeristen maken er graag foto’s. Soms is het dringen geblazen. Dan geldt het gezegde: ’Wie het eerst komt het eerst maalt’. René Broos onderhoudt goede contacten met collega’s. Omdat zij dezelfde taal spreken, zijn enkele woorden voldoende. Zo is er door collega’s recent nog een molensteen voor de Heusdense molen gemaakt. “Het kraken en piepen hoort bij het draaien van de molens. Met het weer ben ik permanent bezig. Je moet nagaan uit welke hoek de wind waait. Maar ook: je moet geen ‘klap van de molen krijgen’.